Piet Gerbrandy Poems

Hit Title Date Added
1.
Veel bekijks

Veel bekijks trekt vanouds haar bad
om traagheid van haar wending.
En om in zichzelf gevouwen schoonheid.

Zij chauffeert een metallic mercedes door krachtige wijken.
Haar kinderen zijn monsters
maar dat is normaal.
Hoor je? dat is doodnormaal.

Wanneer zij zaterdags winkelt verstommen klantvriendelijken
en zelfs vettige oosterburen met laagste iq's ziet men wel knipperen.
Bakvissen worden gemorst op nostalgische klinkers.

Om haar te leren kennen moet je op een lijst.
Maar waar is die?
De lijst is permanent kwijt.

Hoor daar speelt het carillon een toepaslijk wijsje
verslikt het orgel zich in zijn hipst programma.

Mij echter schuift een pijn een pijn zijn scherm
voor wereld en wat daarin zintuiglijk was.
Net nu de lijst is teruggevonden

Nederland is de laatste jaren in toenemende mate naar binnen gekeerd
...

2.
Keldervrouw snerp me een deun op uw riet

Keldervrouw snerp me een deun op uw riet
bied verkoeling bij noen want mij dorst

naar slot van blauw happende stilte naar
vorst in de grond naar het lichtend gebaar van orion.

Vervaarlijk is het sluitwerk van uw zwaarte loochenend lijfje.
Verslavend zijn de hapjes op uw zelf gebakken schotel.
Wanstaltig is de weetzucht van uw zusters.

Zoldervrouw span me een balk onder pannen
schendende bliksem brei me een hiel dat ik

vlucht boetseer me een zwaluw die darren
verschalkt in de open te sperren avond.

Vachtige teven verlaten hun riekende burchten.
De houtworm knaagt gestadig aan haar nachtlied.
De woekerzwam bestrijkt hektaren woud.

Verandavrouw baar me berusting.
...

3.
Cellarwife shrill me a tune on your reed

Cellarwife shrill me a tune on your reed
bring refreshment at noon for I thirst

for fortress of blue snapping stillness for
frost in the ground for the shining gesture of orion.

Awesome are the fastenings of your weight denying stays.
Addictive are the morsels on your self-baked platter.
Warped is your sisters' greed for knowledge.

Atticwife stretch me a beam under rooftile
blasting lightning knit me a heel so I may

take flight shape me a swallow that outwits
drones as the evening yawns wide open.

Woolly vixens set out from their reeking strongholds.
The woodworm gnaws steadily at its nocturne.
The fungus spreads over acres of forest.

Verandahwife bear me acceptance.
...

4.
Waarin de indolente ziener zwelgt in afstel

Waarin de indolente ziener zwelgt in afstel
van genot liever mijmert over leegte dan
waarlijk uitrust of iets doet.

Waarin een perk van witte dijen droomloos
oord van voor een rozen vingerende dageraad
hand in slaap sust tot geprikkeld rijst.

Waarin gezwollen zwerk lof der lusteloosheid
jubelt rigor van bronst ontslaapt.

Waarin morgen haar lederen tong in
nog naar jenever slechte sigaren staande
bekken wurmt en wee berokkent.

Waarin ballonnen schrompelend aan verschoten
slingers op tocht hangen dansend onze
held verkleefde bekertjes onthecht

mommen schimpend weken in gazonnen.
...

5.
In which the indolent seer revels in renouncing

In which the indolent seer revels in renouncing
pleasure rather muses on nothingness than
really relaxes or does something.

In which a flowerbed of white thighs dreamless
abode from before a roses fingering dawn
soothes hand to sleep until goaded rises.

In which turgid cloudwrack praise of apathy
exalts rigor of rut awakes.

In which morning into mouths still tasting
of gin of bad cigars wriggles her leather
tongue inducing nausea.

In which balloons wrinkling on faded garlands
in draught hang dancing our hero
detaches stuck-together little beakers

scoffing bogies vanish into lawns.
...

6.
Zes vrouwen delven een hol

Zes vrouwen delven een hol.

De hut van de eerste? Kast in een muur
leger in kindhoge netels haar brieven
dwaaltuin van lagen papier met een lint.

De tweede beschouwde nacht als dag
hulde haar denderend lijf in dekens achtte geen
pad haar voeten waardig dan rails.

Een kus van de derde bracht schade toe
aan haar lippen die proefden van al wat aarde
voortbracht het keurden versmaadden.

De vierde was eenoog in maanden van licht
van vlekloos het goede betrachten in krap
ledikant voor tederheid bittere ernst werd.

Wie was vijf dan het wicht zonder oren?
Dan wie niet in zijn kon geloven? Niet
wist van geboorte ontdane beloften van pijn?

Onbeholpen tastte straks de hand van de laatste
onder dierloos tentdoek naar zaklamp
om te zien of woorden woorden bleven.

Zes weduwen dragen de kist.
...

7.
Six women dig a hole

Six women dig a hole.

The first one's hut? Cupboard in a wall
lair in child-high nettles her letters
maze of layers of paper with a ribbon.

The second looked on night as day
swathed her thundering body in blankets thought no
path worthy of her feet save rails.

A kiss from the third caused sore hurt
to her lips that tasted of all that the earth
brought forth appraised it and spurned.

The fourth was one-eye in months of light
of faultlessly doing what was right in cramped
bed before tenderness turned to bitterness.

Who was five but the wench without ears?
She who could not believe in being? Knew neither
of birth nor promises unkept nor pain?

Clumsily soon the hand of the last
felt under beastless canvas for torch
to see whether words were still words.

Six widows carry the coffin.
...

8.
Het meisje tegenover mij heeft haar apparatuur uitgeschakeld

Het meisje tegenover mij heeft haar apparatuur uitgeschakeld
maar de dopjes in haar oren laten zitten. Kort kijkt ze me aan met
een flauwe glimlach alsof ze iets herkent maar direct wendt ze
haar blik af naar buiten. Ze heeft me niet gezien. Ze bevond zich
al op de drempel. Onder haar hals bloeit een blos op als wordt ze
ineens iets gewaar dat er ongezien al enige tijd moet zijn geweest.
Dat kijken zien wordt is niet vanzelfsprekend. Je moet er een blik
voor uitschakelen.

De alomtegenwoordigheid van muziek valt niet meer uit te bannen.
...

9.
The girl opposite me has switched off her device

The girl opposite me has switched off her device but leaves the plugs in her ears. She gives me a weak smile as if she recognizes something but directly turns away and looks outside. She hasn't seen me. She was just about to get off. Below her throat a blush is blooming as if she is suddenly aware of something that must have been there unseen for some time. That looking becomes seeing is not inevitable. You need to switch off a gaze to do it.

The ubiquity of music can no longer be rolled back.
...

10.
De dagen waarin je dood waren luttel en lang

De dagen waarin je dood waren luttel en lang
en vol schelle vogels de nachten.

Ik heb mijn boeken geopend en zonder knak georeerd.
ik was op dreef en lucide.
Enkele lachers leken op mijn hand.

Ik heb mijn gras gemaaid mijn geurig bed gewied
gesnoeid de blauwste regen van mijn gevel.

Ik heb je brieven geschikt en gekist maar niet om ze te verbranden.

Ik heb met baarden in jurken op hoekige paden
gewandeld hun bidden beluisterd
hun scheurend uitbundige eerbied.

Ik maakte een lijst van je kussen.
Ik maakte een lijst van je ogen.
Ik schreef een lovend artikel over een kutboek.
Ik repeteerde mijn toespraak vol allusies.

Ik heb mijn bieren gekoeld mijn dorsten gelenigd
foute grappen gemaakt met mijn gastvrienden.

De dag dat je opdook geen zonnige dag
en de nachten vol krassende dieren.

Dat slaapgebrek er stevig kan inhakken is eigenlijk geen nieuws.
...

Close
Error Success