Micha Hamel

Micha Hamel Poems

Blije volwassenen en kerngezond krimpende grootouders zwaaien
anderen uit. Het vliegtuigraampje kadert een stuk landschap, Europa
is verkaveld te zien. Snel zie ik haar wilgen vol ezels, vulpennen,
fagotten en rijzweepjes kleiner worden. In bomvolle voertuigen
worden ongedurige varkens Good morning sir vervoerd. Ondersteund
hun geoliede aftocht tot grondstof. Ham or cheese? Zure schuimwijnen
maken misselijke boeren in quota. Very well sir. Alstublieft. Please
please me is ons Engelse thema van vandaag. There you are.

Werelderfgoed, dat is behalve allerlei de bilspleet
van de stratenmaker op het kiekje van de toerist. De hele
santenkraam behoort mij toe, want ook ik ben voor eeuwig
tijdelijk verkrijgbaar, zoals uw maaksels mij toevallen na uw dood.

Terwijl we stampvoetend op de schedels dansen van huisdieren,
pestlijders en kerkgangers, elkaar bestokend met betere ideeën
over hoe te zijn, wat te versmaden of wie te treiteren met onze
geleende denkbeelden ik ga hier geen hele boeken citeren
stijgen mijn gedachten in lege bubbels
van iets naar niets

mijn verzameling kevers, libellen en vlinders die ik
met hobbylijm in schriften plakte, de geur van witte enveloppen
waar we met een takje de homp van een hondendrol in wipten, vervolgens
portoloos naar klasgenoten postten, de gezichten van bejaarden die hun
tuinstoelen in de bomen vonden, vier taxi's zes boeketten diezelfde middag
nog een bruidstaart lieten komen voor de bevriende overburen. Iemands kat
die we naar ons trapveldje lokten met vis en jonasten in een onuitpisbaar fik

en scheer ik zonder een spoor van
wroeging solitair en terdege nuffig over deze kinderachtig verknipte provincies
terwijl ik mij erop toeleg mijn gedachten op te poetsen tot ze soeverein blinken
als de titaniumkleurige straalmotoren van mijn kloteverlate lijnvlucht waarvan
de buik over een goed half uur voornamelijk alpenweiden, smeltende gletsjers
en afgeragde berghellingen gaat weerkaatsen.

Leerzaam, als dierbaars vernietigd wordt. Onbezwaard lanceer ik derhalve mijn
schoon gepoogde werken zonder verlet of wee richting andere wereld aangezien
ik mij van de loffelijke plicht iets belangwekkends te verrichten ontslagen acht.

En trouwens, popkopbom Zon, dat uw middelste o ooit dooft gelooft toch niemand;
dat wij uw vervaarlijke groei overleven verhoeden toekomstige technieken, dan wel
de ruime percentages brandvertragers in ons bloed. Intussen houden we vakantie

op de laatste braakakkers van ons continent, ontsteken in woede bij de fotogeniekste
verkwanselingen in zoverre ze nabije species betreffen en kankeren avondenlang op
andermans kranke zelf om de eigen manieën, aberraties of depressies te verdoven.

Dagelijks leed verdwijnt in pillen die bedrukt zijn met tot logo's opgeblazen symbolen
die brisant brooddronken snoeven, of op zijn minst ietwat onbehoorlijk afstandelijk
doen tegen hun vroegere vrienden: de letters van het alfabet.

Maar om niet in mineur te eindigen geef ik - iedere studiereis heeft tenslotte inzicht
tot doel - in het voorbijgaan (en alvast vooruitblikkend op het vele malen spectaculairdere
voorbijgaan) - drie gortdroge adviezen voor de toekomst: staar navel, zuig stof, schiet kloot.

Of liever:
rijd spook: ons hemellichaam is de blauwgroene toverbal in
de mond van het vetzuchtige kind dat met koeienogen identiek aan de
mijne tijdens de veiligheidsinstructies momenteel door drie biggetjes
wordt gegijzeld op rij 28 - halverwege de economy class dus tja
...

Geen lust om over mijn snikkel te dichten. Luister eens: ik vind het
afschuwelijk dat jij mij doet voelen dat ik al mijn doorbloedingen

nog heb. Bovendien beschouw ik het als een nederlaag dat ik er een
geschrift voor gebruik om jou dit te zeggen. Welbeschouwd is het laf,

maar ja: iedereen om mij heen is laf, achterbaks, opportunistisch én
kleinburgerlijk. Speel ik dan misplaatst de onverschrokken braverik?

Want zoals er emotietelevisie en ervaringstheater bestaat, zo bestaat
er ook bekentenispoëzie, latexallergie, scheurbuik en donkere materie.

Je hebt geen kennersoog nodig om voorbij alle doodsdrift naar het naakte
causaliteitsbeginsel te staren en dan te blijven geloven dat er iemand komt

die jouw instellingen terugzet in de fabrieksstand - iemand die zegt: laat
je kwaakblaas amputeren en kom eens met wat functioneel naakt in plaats

van met met de rookpluim van je tweedekker geschreven boodschappen.
Echt niemand laat zijn hart in het stof trappen door een kerstkaartrelatie,

daarvoor is het leven te leuk, het samen te eng, de warboel te groot, en de
menigte te bang. O trouwens, 06-98765432 is helemaal mijn nummer niet.

En uit schaamte voor alles wat dit impliceert wil ik op een onbewoond eiland
met precies in het midden één kokosnootdragende palm worden achtergelaten.

Inclusief stoppelbaard. En in gescheurde kleren. Zittend in het blanke zand
heb ik dan tijd om een meditatie uit mijn kruin omhoog te laten dampen, eentje

die het schrikbewind van de ikvorm ontwricht, opdat er vanaf dat moment
slechts deugdzaam gepolitoerde gedachten uit mij ontspringen die tezamen

een magnifiek bouquet vormen. Pfff. Ik overpeins de gebeurtenissen
in het steunplot en concludeer: ik wil een zoekmachine die mij zoekt.

En een
vindmachine
die
mij
onafgebroken
vindt.
...

No desire to versify my todger. Listen up: in my opinion
it is loathsome that you make me aware that all my blood

is in circulation. Furthermore, I consider it a setback to put
it into writing to tell you this. All in all, it's cowardly,

but hey: everyone around me's cowardly, sneaky, expedient and
small-minded. So, am I wrongly playing the fearless milksop?

For in the same way that reality-tv and immersive theatre exist,
so does confessional poetry, a latex allergy, scurvy and dark matter.

You don't need an expert eye to stare past all those with a death-wish
to the bare causality principle and then keep believing someone

will restore your system to the factory settings - someone who says:
have your vocal pouch amputated and give us some functional nudity

instead of messages written with the smoke of your double-decker.
No-one at all would have their heart crushed by a postcard-only friend,

as life is just too fab, the together too creepy, the muddle too great, and the
crowd too scared. Oh by the way, 079 87654321 is not my number actually.

And out of shame for all that this implies an uninhabited isle with a single
coconut-bearing palm-tree in the middle is where I want to be left behind.

Including stubbly beard. And in torn clothes. While sitting in white sand
I then have time to let a meditation steam upward from my pate, one

to topple the first-person singular's reign of terror, so from that moment on
only virtuously polished thoughts well up from me that form

a magnificent bouquet together. Pfff. I contemplate the events
in the subplot and conclude: I want a search engine to search for me.

And a
find engine
that
continuously
finds me.
...

De visstand zegt geen zeeduivel
dus kies ik biefstuk van de struis.

Een lieveheersbeestje banjert naar
het uiteinde van een oranje rietje.

Een muisje schiet onder de klapdeuren
door naar de wittig dampende keuken.

Popelend liggen mes en vork naast
een ivoorkleurig vierkanten bord.

Bromvlieg legt een onnavolgbaar
parcours af langs lampen en tafels.

‘Gebraden dodo, meneer?' vraagt de
ober bevreemd. De kreeften in het

aquarium halen opgelucht adem.
Mijn drankje doet een ananas na.
...

The fish stocks dictate no monkfish
so I choose an ostrich steak instead.

A ladybird saunters right to the tip
of an orange drinking straw.

A mouse shoots under the swing doors
through to the white steaming kitchen.

Eagerly knife and fork lie beside
an ivory-coloured square plate.

Bluebottle covers an unparalleled
course past lamps and tables.

‘Roasted dodo, sir?' the waiter
asks in surprise. The lobsters in the

aquarium heave a sigh of relief.
My drink is imitating a lime.
...

Niet dat ik jouw rozenmond ooit in het echt
heb gezien, of een kus heb mogen drukken op
jouw sterrenhanden, toch besta ook jij niet uit
pixels en loopt er op deze overvolle planeet
de vrouw die jij bent misschien nu vloekend
naar een stofzuigerzak te zoeken; je hoofd
stotend aan de te lage post van de deur naar
de kelder. En in het geval dat je zoveel dollars
hebt dat je zelfs dit bevrijdende foeteren door
iemand anders laat doen; ook jij staat soms
voor de spiegel in je ogen te zoeken naar wie
je was toen je nog niet door massa's mafketels,
horden bloedzuigers en hysterische luxe werd

omringd.

Superieur heupwiegend moet je je een weg
naar boven hebben gewerkt, omdat niemand
zich precies herinnert hoe, behalve natuurlijk
die ten koste van wie. Voorts fantaseer ik dat
je ook het uit bed stappen soepel en gracieus
doet, ja, dat daar manke vergelijkingen met
vlinders en hindes voor uitgevonden zijn.

Op deze zelfde aarde denk ik wél aan jou
en vraag me tijdens het wachten in de rij
voor de chocolademelk bij de ijsbaan in
mijn lintdorp af of de mensen in de straat
van ons zouden zeggen leuk stel - vullen
elkaar prima aan. Zij met haar rare gedoe
mag in haar handjes klappen met die

vul maar in.

Maar als ik mij plotsklaps bedenk dat jij
jíj bent, en kennissen en buren met hun
kussensloop aan komen zetten om jouw
paraaf word ik bevangen door de paniek
dat jij werkelijk iets anders wilt dan leven
met mij die de honden uitlaat, de was vouwt,
de maaltijden kookt en verder een beetje zit
te klungelen achter zijn overjarige computer.

Op de foto in de roddelrubriek van de
webkrant vanmorgen zat je haar zo
strak in een paardenstaart dat ik
mij afvroeg glinsteren je ogen
van de pijn misschien.
...

Not that I've ever seen your rosy mouth
for real, or been allowed to give those starry
hands a kiss, yet you do not consist of only
pixels either and on this overcrowded planet
the woman you are perhaps is swearing while
going in search of a hoover bag; as you knock
your head against the lintel - much too low - of
the cellar door. In case you have so many dollars
you can even have this liberating grumble
carried out by someone else; you even sometimes
stand before the mirror searching in your eyes for
who you were when groups of goofballs, hordes of
bloodsucking leeches and hysterical luxury did not

surround you yet.

With a superior sway of your hips you will
have worked your way up, because nobody
exactly remembers how, except of course
at whose expense. I also fantasise that you
get out of bed both smoothly and graciously,
yes, that inapplicable comparisons to
butterflies and does were invented for this.

On this same earth I do think about you
and wonder while I'm waiting in line
for the hot chocolate at the ice-rink in
my ribbon village whether everyday people
would say of us nice couple - complement
each other well. She with her odd ways
should count herself lucky with that

fill in the blanks.

But when I suddenly consider you
are you, and acquaintances and neighbours
come from all around for you to sign
their pillowcases I am seized with panic that
in actual fact you want something other than
to live with me who walks the dogs and folds
the washing, cooks the meals and for the rest
just sits there dawdling at his ageing computer.

In the picture in the gossip section of the
webzine this morning your hair was pulled
so tightly into a ponytail that I
wondered do your eyes sparkle
with pain perhaps.
...

‘Iedereen weet dat lelijke mensen ook gevoelens
hebben zoals er ook in de allerknapste vrouwen
mensen zitten,' zeg ik op een verjaardag
om te kijken of ik iemand uit de rimboe
zijner gedachten kan lokken om een robbertje
uitmiddelpuntig te speculeren over dit type
wetmatigheden in ons persistent onbenullige universum.

Ik lieg niet als ik zeg dat er een zestal seconden
voorbijgaat voordat er iemand reageert: ze ademt
in 7, 8 en of ik even warme melk kan gaan kloppen.

‘Naast mijn voltijdsbaan als burgerman heb ik
tegenwoordig een leven als mens,' probeer ik dan
op joviale toon tegen een wijkende haarlijn die
ik vagelijk herken van de haastige minuten
tijdens het zonen halen en brengen. Hij zegt:

‘Ik ken u niet maar u mij denk ik wel want ik
werk bij de televisie.' Ik zeg: ‘Ik zou nooit rijk
en beroemd willen zijn maar wel alleen maar
rijk. Weet je dat er op de zeebodem een kabel
ligt die de continenten met elkaar verbindt?'
Dan doorkruist een snater ons gesprek: ‘Arend?
Arend Kaaks? Van het journaal? Wat ontzettend -'

Vlug waad ik door het gekrioel van kleuters
naar de tafel met taarten en kom langszij bij
een weelderig opgedofde moeder die vraagt hoe
ik het bolwerk als kunstenaar terwijl de geefwet
in belastingtechnisch opzicht nog niet behoorlijk
is afgedicht. Nog geen negen minuten later stokt
mijn pleidooi voor schooluniformen als een
luizenmoeder interrumpeert: ‘Sinds ik de gymspullen
op de hand was blijven alle kleuren goed.'

Ik haal adem en zeg: ‘Trek vooral geen broeken uit van
rugbehaarde heren die gewillig in verstandshuwelijken
blijven zitten. Schilder uw slaapkamer in geborgen kleurstelling,
keer het hoofdeinde richting raam en zet de voordeur open, dan
komt het goed. Normaliter drukken wij hier onze Havana's uit
in de aardbeien met slagroom, rijen tegen de serveersters op
en kotsen brullend van ambivalentie in de champagnekoelers
om onze lediggang te vieren. Buiten staat de stoet limousines
te wachten op de komst van de allesverpletterende gram
des Heren maar tot die tijd draaien de chauffeurs hun
schoenpunten kaal in het grind van onze oprit. En

kun je tegen die bloemkool in mijn kop zeggen dat wij
allebei zo snel mogelijk opgehaald moeten worden?'
...

‘Everybody knows that ugly people have feelings
too the same way that every gorgeous woman
has a person inside as well,' I say at a birthday
to see if someone can be lured from the jungle
of their thoughts to have a nice bout of
eccentric speculation on this kind
of pattern in our persistently fatuous universe.

No word of a lie when I say that six seconds
pass before someone replies: she breathes
in 7, 8 and would I perhaps whisk up some hot milk.

‘Next to my full-time job as middle-class man I have
a life as a person these days,' I then add
in a jocular tone to a receding hairline who
I vaguely recognise from hurried minutes
picking up and taking back my sons. He says:

‘I don't know you but you probably know me
as I work in television.' I say: ‘I would never want
to be rich and famous but would like to be just
rich. Did you know that on the sea floor
there's a cable that connects the continents?'
Then a chatterbox thwarts our conversation:
‘Arnold? Arnold Kecks? The newsreader? What a great -‘

I quickly wade through the swarming infants
to the cake-laden table and come up alongside
a mother luxuriously dolled up who asks how
I manage to cope as an artist while the gift act
hasn't yet been closed off properly in taxation.
No more than nine minutes later my plea for
school uniforms falters as one of those lice mums
interrupts: ‘Ever since I started washing the gym kit
by hand the colours have stopped draining.'

I take a breath and say: ‘Mind you don't take the pants
off hairy-backed gentlemen who willingly stay put in
marriages of convenience. Paint your bedroom a subdued colour
scheme, let the headboard face the window and open the front door,
then all will be fine. Normally speaking we stub out our Havana's
in the strawberries and cream, ride up against the waitresses
and puke bawling with ambivalence into the champagne coolers
to celebrate our idleness. Outside the parade of limousines
stands waiting for the arrival of the all-shattering wrath of
the Lord but until that day the chauffeurs wear their toecaps
away by digging them into the gravel of the drive. And

could you tell that cauliflower in my head that we both
need to be picked up as soon as possible?'
...

(op de simpele vraag:)
Wie maakt de patronen
in het kokosbrood?
Martin de Vries.

(op de kindervraag:)
Weet jij hoe de eindbaas
van wereld zes eruitziet?
eh...

(op de dagelijkse vraag:)
Hoe gaat het nou?
Goede vraag, maar helaas gaat je dat niks aan, en zie je niet
dat er een minuscuul microfoontje op mijn wang zit geplakt?

(op de moeilijke vraag:)
Welke gemoedstoestanden bedoel je precies
en waar houden ze zich doorgaans schuil?
Kom ik op terug, en trouwens volgens mij ben ik niet de persoon
en ook ben ik bang dat - kun je dit even kort in een mailtje zetten?

(op de pijnlijke vraag:)
Hoe bewijst een man als jij
dat hij leeft, lééft en bestaat?
Mijn burgerservicenummer op mijn levensverzekeringspolis, mijn hand
op de kont van m'n wijf plus de nachtkus op het voorhoofd van m'n zoon.

en

(op de kunstzinnige vraag:)
is een onderzeeër
ook een duikboot?
Maar natuurlijk!

(APPLAUS)
...

10,000 beers ago I told my
wife: ‘I'm just off to stone
a mammoth.' Yet the variety of species
was more than sumptuous and I was having
such a great time with the little stags and rabbits.

When I finally startled awake I realised I was
reneging on a major scale and HOLY MOLEY how
that hurt! I brushed the squirrels off of me and
went forth across the steppe, longing in my heart
to look a wolf right in the eye and then… stock-still…
stand motionless… in order to conclusively conquer my
phobias. The wolf however failed to show. A mammoth did.

It sauntered over dead cool, planted its tree-thick
legs in the thawing surface layer, breathed in and said: ‘You are not
a country man. To you, apples are either organic or not and you have a
cockerel-shaped box tree in your garden. Although in college you studied
food chains and inference models, your children were both
fathered in a Petri dish. Also, because of your unsavoury illness
you are by now so chock-a-block with medicine you almost
light up in the dark, constitute a toxic danger even to
the worms that later will devour you. What's more:
your daughter: your daughter, she wants to join the chorus line.'

‘Oversexedness,' I say. ‘What are you on about?' the mammoth says,
‘Oversexedness,' I say, ‘is a blessing to humanity.
Just think how many paintings, doctoral theses and
music scores have been produced to the wing-beat
of lasciviousness and frustration tolerance! And speedboats!'

‘A time machine will be invented in the future
making it possible to have this conversation again, but
before the gathered press corps,' the mammoth added
in a formal, gruff and ever so slightly evasive tone. Then

I, at full tilt: ‘Listen here Mammuthus, even though we're both
heterotrophic, you're the extinct one, not me. And be it by coincidence
or not, my rubbish tips are stacked with boxes of undelivered
no-door-to-door-sales encyclopaedias going mouldy, whose
beautifully illustrated pages are devoted to you, your wide-stretched
habitat and sites of your skeletal remains. Would take a genius
to manage to restore them all, especially when you take into account
how little interest youngsters show in carved ivory these days.'

‘You can't even win against the head lice or house mice,' the mammoth
went on, now visibly perturbed, ‘nor have you managed to invent
a bicycle light whose wiring and/or bulbs won't break inside
a year. Just take it from me that following the Anthropocene
those clever octopuses will assume world domination, and
just mark my words: with jaw-dropping speed and verve!

‘You modulate your voice as if you were a cartoon character,'
I replied, exerting all the wit at my disposal,
‘so in actual fact I don't think much of what
you're saying.' Things came to a halt. The polar wind
softly ruffled our stiffened hair. The mammoth slowly
flapped its ears, sighed a discouraged sigh, looked up and spoke:

‘All civilisation is conceit, dear boy. When diligence was added
to all our reports hope sprang. But now the twentieth century
has evaporated in an odorous cloud of pipe tobacco, we see there's
precious little cash on the nail left to improve - even if it were just
in the manner of washing powder - our prospects. So out with
all the curlicues and out with all that metropolitan arrogance.
Leave the stimulants be and obey your calling as
a bookmaker, national hero, main character or psychonaut.'

But how can I heave any truth out of the ocean of petty
facts with which to still talk round my daughter?'

‘Shut up you,' the mammoth said. ‘You lust after lilywhite cashiers
and tuck your belly in when your wife just happens to walk into the
bathroom and you're standing on the scales. Shove off, go bother your
own pets with that ABC assumption, or give generously to the de-'

‘All that talking must have worn you out. Shall I get us a drink?'
...

Sloop die flatgebouwen en je ziet de horizon. De echte horizon
echter is geen lijn maar een ring. (Kijk maar om je heen.)

Voor lange mensen ligt de horizon verder weg dan voor
korte. (Leven zij dus in een grotere wereld misschien?)

Als je met een raket de aarde verlaat wordt de ring steeds
wijder totdat hij gelijk wordt aan de omtrek van de aarde.

Als je oneindig klein bent, heeft de hoepel zich samengesnoerd
tot een stip, en bevindt de horizon zich theoretisch gesproken

onder je voeten. Maar dat kan natuurlijk niet. Kan het ook anders? Kan ik
op de horizon lopen? Jazeker. Want dit is geen gedicht maar een handleiding.

Straaljagerpiloten hebben er last van. Als je hard gaat, trekt je blikveld samen. Stel, je rent over een weg waar aan beide kanten een boom staat. Ga je harder, dan wordt de weg smaller. De horizonnen links en rechts komen dichterbij. Het lijkt alsof je maar nét tussen de bomen door kunt. Dat heeft te maken met hoeveel informatie je hersenen kunnen verwerken (überhaupt het probleem, eigenlijk). Kortom, als je maar hard genoeg rent, loop je op een streep

die misschien de weg is die je zocht.
...

Demolish those tower blocks and you will see the horizon. The real horizon
however is not a line but a ring. (Just look around you.)

To tall people the horizon is further away than to
short ones. (Perhaps they live in a larger world, then?)

If you leave the earth by rocket, the ring will widen ever
further until it equals the circumference of the earth.

If you are infinitesimally small, the hoop has bundled up
into a dot and the horizon theoretically situates itself

beneath your feet. But you can't actually do that. Could it be done another way? Could I
walk on the horizon? Definitely. Because this isn't a poem but a manual.

Fighter pilots suffer from this. When you go fast, your visual field contracts. Say you're running down a road with a tree on either side. Go faster and the road will get narrower. The horizons to the left and right come closer. It's as if you can hardly pass between the trees. That has to do with the amount of information that your brain can handle (always the problem, to be honest). In short, as long as you run fast enough, you will walk on a line

that might well be the road you were trying to find.
...

The Best Poem Of Micha Hamel

VANITAS

Blije volwassenen en kerngezond krimpende grootouders zwaaien
anderen uit. Het vliegtuigraampje kadert een stuk landschap, Europa
is verkaveld te zien. Snel zie ik haar wilgen vol ezels, vulpennen,
fagotten en rijzweepjes kleiner worden. In bomvolle voertuigen
worden ongedurige varkens Good morning sir vervoerd. Ondersteund
hun geoliede aftocht tot grondstof. Ham or cheese? Zure schuimwijnen
maken misselijke boeren in quota. Very well sir. Alstublieft. Please
please me is ons Engelse thema van vandaag. There you are.

Werelderfgoed, dat is behalve allerlei de bilspleet
van de stratenmaker op het kiekje van de toerist. De hele
santenkraam behoort mij toe, want ook ik ben voor eeuwig
tijdelijk verkrijgbaar, zoals uw maaksels mij toevallen na uw dood.

Terwijl we stampvoetend op de schedels dansen van huisdieren,
pestlijders en kerkgangers, elkaar bestokend met betere ideeën
over hoe te zijn, wat te versmaden of wie te treiteren met onze
geleende denkbeelden ik ga hier geen hele boeken citeren
stijgen mijn gedachten in lege bubbels
van iets naar niets

mijn verzameling kevers, libellen en vlinders die ik
met hobbylijm in schriften plakte, de geur van witte enveloppen
waar we met een takje de homp van een hondendrol in wipten, vervolgens
portoloos naar klasgenoten postten, de gezichten van bejaarden die hun
tuinstoelen in de bomen vonden, vier taxi's zes boeketten diezelfde middag
nog een bruidstaart lieten komen voor de bevriende overburen. Iemands kat
die we naar ons trapveldje lokten met vis en jonasten in een onuitpisbaar fik

en scheer ik zonder een spoor van
wroeging solitair en terdege nuffig over deze kinderachtig verknipte provincies
terwijl ik mij erop toeleg mijn gedachten op te poetsen tot ze soeverein blinken
als de titaniumkleurige straalmotoren van mijn kloteverlate lijnvlucht waarvan
de buik over een goed half uur voornamelijk alpenweiden, smeltende gletsjers
en afgeragde berghellingen gaat weerkaatsen.

Leerzaam, als dierbaars vernietigd wordt. Onbezwaard lanceer ik derhalve mijn
schoon gepoogde werken zonder verlet of wee richting andere wereld aangezien
ik mij van de loffelijke plicht iets belangwekkends te verrichten ontslagen acht.

En trouwens, popkopbom Zon, dat uw middelste o ooit dooft gelooft toch niemand;
dat wij uw vervaarlijke groei overleven verhoeden toekomstige technieken, dan wel
de ruime percentages brandvertragers in ons bloed. Intussen houden we vakantie

op de laatste braakakkers van ons continent, ontsteken in woede bij de fotogeniekste
verkwanselingen in zoverre ze nabije species betreffen en kankeren avondenlang op
andermans kranke zelf om de eigen manieën, aberraties of depressies te verdoven.

Dagelijks leed verdwijnt in pillen die bedrukt zijn met tot logo's opgeblazen symbolen
die brisant brooddronken snoeven, of op zijn minst ietwat onbehoorlijk afstandelijk
doen tegen hun vroegere vrienden: de letters van het alfabet.

Maar om niet in mineur te eindigen geef ik - iedere studiereis heeft tenslotte inzicht
tot doel - in het voorbijgaan (en alvast vooruitblikkend op het vele malen spectaculairdere
voorbijgaan) - drie gortdroge adviezen voor de toekomst: staar navel, zuig stof, schiet kloot.

Of liever:
rijd spook: ons hemellichaam is de blauwgroene toverbal in
de mond van het vetzuchtige kind dat met koeienogen identiek aan de
mijne tijdens de veiligheidsinstructies momenteel door drie biggetjes
wordt gegijzeld op rij 28 - halverwege de economy class dus tja

Micha Hamel Comments

Close
Error Success