Alleengelaten weg, die zich verliest Poem by Hans Faverey

Alleengelaten weg, die zich verliest

Alleengelaten weg, die zich verliest
in afstand. Met een hoefijzer of twee
drie, halfhartig geïnteresseerd
in roest − Een mond met alles nog
voor zich wat hem verliest.

Boven aan de trap, naast de echte trap,
ontluikt wat eerst moest verwelkt;

door mij gezien alsof het niet bij mij
heeft gehoord. (Doorboord.) En of een kat
soms mooiere ogen heeft dan een uil.
En of het water zijn vissen wel door-
zwemt tot op de jongste dag.

COMMENTS OF THE POEM
READ THIS POEM IN OTHER LANGUAGES
Close
Error Success