Vandaag gehoord hoe zij als kinderen
vaak al verlangden naar een stad,
langs een modderig pad torens bouwden
van wat aan erf of slootkant lag.
Niet één heeft toen aan grijs gedacht,
aan al te grauwe grootte waarin
wij sporen bijster raakten, muren
waarin geen hand nog uitzicht maakte.
Niemand perste strenge vouwen
in gevels van kantoorgebouwen.
Alles bestond nog uit water en zand.
Zo laag was het land dat dromen
hoog moesten reiken, zo leeg de horizon
̶ ze bleven kijken tot hun dag begon.
This poem has not been translated into any other language yet.
I would like to translate this poem