Het vriest in dit hart. Ze heeft lussen tot een sjaal geschaatst
die zich rond mijn hals stropt. Met de bloedmolen als enige
schaduwgetuige, aan zijn voet zal ik wonen. Aan de horizon
van dat hart ligt een wak in het ijs, zeven duiven spieken
aan de rand. Naast het wak schilder ik een stilleven
dat uitkijkt op de bloedplaats, ik kijk langs het trapgat
naar beneden en zie de trillende zwartvissen liggen
op de bodem. Ik hoor geen ambulances, rollende gordijnen,
er wordt geen krant gedrukt en niets geschreven,
geen smiley knipoogt. Het landschap legt zacht zijn
slapelozen het zwijgen op. Geen hond blaft
als het wintert, het ijs kraakt zijn lakse gevecht.
In de balzaal van haar blikken heb ik haar ontmoet. En als
mijn hart daar wil smelten, kan ik haar verliezen als het moet.
This poem has not been translated into any other language yet.
I would like to translate this poem