Nooit opent zich de poort. 't Raam is zoo hoog
Dat zij eerst de aarde ziet in wijde verte:
De stroom omarmt het bosch in blauwen boog;
Door 't groen gaan roode vogels, ranke herten.
Niets weet zij van het levensspel daartusschen;
Maar het moet schoon zijn, want zij mist het zeer.
Zij wil omhelzen, vindt niets om te kussen
Dan de eigen schouder, rond en koel en teer
This poem has not been translated into any other language yet.
I would like to translate this poem