De zo witte lakens in het maanlicht,
ze stralen of er een zachte lamp achter
ze brandt, de plooien van het fijne linnen
weefsel scholen samen in een nauw
merkbare schaduw, van blauwere schijnsels
de vouwen, ik met mijn benen er tussen;
de maan maakt grote vierkante plakken
van licht op de glanzende houten vloer,
de gepolitoerde, haast als kubussen
komen die zacht naar binnen smakken
door de open ramen - ik zou wel iemand
willen kussen, al was het maar voor even
tussen deze stralende maanlakens
willen vastpakken, mij willen sussen
van mijn grote onrust, om tot een diep
rustig zijn te geraken, zoals de maan
die zo stil is en vol vanavond als ik
en ik weet niet waarmee er te gaan -
...
Read full text