Geen lust om over mijn snikkel te dichten. Luister eens: ik vind het
afschuwelijk dat jij mij doet voelen dat ik al mijn doorbloedingen
nog heb. Bovendien beschouw ik het als een nederlaag dat ik er een
geschrift voor gebruik om jou dit te zeggen. Welbeschouwd is het laf,
maar ja: iedereen om mij heen is laf, achterbaks, opportunistisch én
kleinburgerlijk. Speel ik dan misplaatst de onverschrokken braverik?
Want zoals er emotietelevisie en ervaringstheater bestaat, zo bestaat
er ook bekentenispoëzie, latexallergie, scheurbuik en donkere materie.
Je hebt geen kennersoog nodig om voorbij alle doodsdrift naar het naakte
causaliteitsbeginsel te staren en dan te blijven geloven dat er iemand komt
die jouw instellingen terugzet in de fabrieksstand - iemand die zegt: laat
je kwaakblaas amputeren en kom eens met wat functioneel naakt in plaats
van met met de rookpluim van je tweedekker geschreven boodschappen.
Echt niemand laat zijn hart in het stof trappen door een kerstkaartrelatie,
daarvoor is het leven te leuk, het samen te eng, de warboel te groot, en de
menigte te bang. O trouwens, 06-98765432 is helemaal mijn nummer niet.
En uit schaamte voor alles wat dit impliceert wil ik op een onbewoond eiland
met precies in het midden één kokosnootdragende palm worden achtergelaten.
Inclusief stoppelbaard. En in gescheurde kleren. Zittend in het blanke zand
heb ik dan tijd om een meditatie uit mijn kruin omhoog te laten dampen, eentje
die het schrikbewind van de ikvorm ontwricht, opdat er vanaf dat moment
slechts deugdzaam gepolitoerde gedachten uit mij ontspringen die tezamen
een magnifiek bouquet vormen. Pfff. Ik overpeins de gebeurtenissen
in het steunplot en concludeer: ik wil een zoekmachine die mij zoekt.
En een
vindmachine
die
mij
onafgebroken
vindt.
This poem has not been translated into any other language yet.
I would like to translate this poem