Een cirkel die zijn ellips herschrijft
gedraagt zich anders. Zijn houtwerk
mag kreunen, zijn wimpers mogen
denken te flirten wat ze willen:
aan zichzelf ontvalt hij nooit.
Nog vandaag zal zijn paard
de sporen voelen, zo scherp
en zo verguld als nooit.
Wat een snelheid; wat een misère.
Zo'n hoofd op hol gebracht door een
traan die zijn oog mist. Vloeibare
sneeuw, even schuimend. En dan al
opgekrast in steenslag.
This poem has not been translated into any other language yet.
I would like to translate this poem