Ik sta op om na te denken over gisteren
Gisteren heb ik een slecht gedicht geschreven
Maar ik dacht dat het geniaal was
Gisteren heb ik ook nog een afatische vrouw gewassen
En een culinair tijdschrift gestolen
Uit de wachtkamer van mijn moeders gynaecoloog.
De afatische vrouw heette Martha
Ze was vroeger truffelraapster aan de band
Het culinair tijdschrift heb ik nog niet bekeken
Mijn moeder heeft nog altijd een uterus
Maar ze gebruikt hem niet.
Na het denken over gisteren
Mijmer ik over eergisteren
Eergisteren heb ik niemand gewassen
Vooral mijzelf niet
Ik heb geen tijdschriften gestolen
Mijn vader schreef mij op een postkaart van een grazende zebra
Dat hij trots was op zijn pleegdochter die bevallen was
Van een zoon zonder hazenlip
De stronk van de plataan was nat
Van de urine van een Ierse toerist.
De Ierse toerist wilde mij gisteren vermoorden
Ik wil daar niet te lang bij stilstaan
Uiteindelijk gaat het om vandaag
Om nu
Nu heb ik mijn gedicht herlezen
Het is weer niet geniaal.
...
Read full text