In den ouden koningstuin
Wandlen wij, droef en vermoeid,
Alle beelden werden puin,
Alle rozen uitgeroeid.
En de vijver, stil en grijs,
Ligt als langzaam toegevroren,
Ingestort is het paleis
En de sleutels zijn verloren.
't Paviljoen waar de beminden
Zich voor 't felle licht verscholen,
Ligt met gesloten poort en blinden
Als een lijkenhuis. Wij dolen
Langs de halfverwischte paden,
Rusten op een steenen bank,
Voelen ons door het verleden
Dat ons beschermen kon verraden,
Zoeken bij elkander vrede,
Liefkoozen tegen wil en dank.
...
Read full text