Na een maand wist ik hoe het klonk wanneer je nadacht: als het suizen van
verwarmingsbuizen, het trage gloeien van je wangen voordat de warmte van
je peinzen mij zou bereiken. In het begin plaatsen we elkaars blikken zoals we
de meubels hadden neergezet op plekken waar we stilte zouden
verwachten in gesprekken of bij de ontbijttafel in de hoek waar we mochten
twijfelen en hoe je dit later met elkaar deelt zonder dat het de sfeer van een
spreekbeurt heeft: ik wil het graag hebben over de spreeuw zeg ik
iedere avond tegen beter weten in omdat spreeuwen gemakkelijk
samenvallen en weer uiteen zonder tegen elkaar op te vliegen, liefde is een
theatervogel, luchtacrobatiek zei mijn vader eens die na zijn pensioen
alleen nog naar boven keek: voor de vogels en voor een glimp van God.
Mijn zweethanden verborg ik onder het tafelblad, als mijn vingers vleugels
waren geweest dan zat mijn oksel vast tussen mijn duim en wijsvinger, ik
beweeg ze als snavels, een lichaam heeft vele uitwegen om maar geen
lichaam te hoeven zijn. We verplaatsen naar de bank om ruimte te
maken voor vragen, alleen daar is plek voor opluchting zien we het voor
ons hoe onze gedachten spreeuwenwolken veroorzaken, ze maken
duikvluchten en vormen die we niet kunnen uitdrukken, zoals gewoonlijk
vraag je hoeveel vogels een zwerm maken en hoeveel handelingen nodig
zijn om ons als geliefden te versmelten, wanneer je mijn blik zo kan
plaatsen dat het als een schilderij hangt waar je veel op ziet maar nooit alles,
dat is de kunst van het liefhebben. Het matras is daar waar praten overbodig
is en stilte bij inbegrepen zit net als liefkozingen maar zodra de koude vloer mijn
voeten raakt zoek ik weer naar hoe ik je moet plaatsen in een huis waar alles
onbewogen blijft als wij ons niet verplaatsen, alleen het ruisen van onze
hoofden maakt dat we samenvallen zonder dat we dichterbij komen.
Een spreukbeurt is een voordracht over een onderwerp waarvan je zoveel
weet dat je geen vrije val kunt maken, waarbij je stembanden niet veranderen
als het verenkleed van de spreeuw aan het eind van de zomer als hij heimwee
krijgt, alleen maar overvliegen van de inleiding naar het dankwoord, slaap zacht
mijn lief daar in de verte van mijn zicht, als ik niet beter zou weten zou mijn hoofd
een uitkijktoren zijn, zonder dat je het doorhebt zie ik alles wat in je woedt.
This poem has not been translated into any other language yet.
I would like to translate this poem