De ventilatordame praat
met ogen in haar plant.
Ze heeft dus ogen in haar plant.
Ze praat, er zijn vriendinnen.
Er is geen zomer of jeugd,
er is dit café, er zijn vriendinnen,
bedrogen door uitlaatgassen
en flexibiliteit.
Ze beweegt dan
zoals men sinaasappels
betast, bespeelt, behandelt
met vingers.
Ze beweegt in een tekening.
En ze glimlacht.
Het is in orde, zegt ze.
En de spaarlampman vraag zich af
waarom ze beweegt. Hij belt net
omdat hij telefoon heeft.
Hij wil weg, de dagen hadden
hem mee moeten nemen
naar een ander gebied.
Men spreekt er Italiaans.
Soms wil hij niet weg maar blijven.
En zij praat met ogen in haar plant.
This poem has not been translated into any other language yet.
I would like to translate this poem