Vox Dei dwingt mij de Zwavelberg op.
Men wijst over de zee, ik tuur tussen kanonnen
naar het beloofde eiland in de zon, vergeefs:
woestijnstof valt niet af te schudden,
vertroebelt nu, na 40 jaren zwerven nog het zicht.
Hier ben jij niet. Ik buig het hoofd, -
doorzoek het gastenboek: je was er nooit.
(Wie weet wel aan de overkant,
in 7 sluiers van stof verhuld
voor wie hier stond, de trieste gestalte
of de jonge Nelson wellicht?)
Na nog een poging moet Sancho Panza terug, bedrogen.
(Mozes bleef, en keerde tot stof met open ogen, -
een oude kankantrie na jaren droogte.)
Ik ga van een Calypso naar een andere
en als ik thuis kom, en uit het bad, en kijk,
blijken opeens mijn kinderen mens geworden.
'k Ontspan de grote boog, begraaf kompas en lijken,
en kan hen daarna in de ogen kijken,
voor het eerst.
...
Read full text