TERWIJL MEN TAFELT Poem by Gerrit Kouwenaar

TERWIJL MEN TAFELT

Terwijl men tafelt worden de doden steeds doder
zoals deze bladzij zich voedt met zijn woorden

de een erft het mes, de ander de lepel
de een eet zijn vlees, de ander zijn goden

levens geleden was er een morgen
men hoorde de vogels, men was niet geboren

het zal niet baten, er is niet te ontkomen
aan een avond als deze, de volledige bestaande

de tafel de witte met lokaas beladen
en dat men onsterfelijke is en zal doodgaan −

COMMENTS OF THE POEM
READ THIS POEM IN OTHER LANGUAGES
Close
Error Success