THEORIE VAN DE WIND Poem by Makoto Ooka

THEORIE VAN DE WIND

Na de regen. Verspreide plassen.
Ik loop door het bos.
Broedende kleurige vogels.
Witte geluiden die de lucht doorsnijden.
Stenen door de stroom van een klysma voorzien.
Rillende sluitspieren van de kiezels.
Rillende beklemming van het vlees van de kiezels.
Met het waaien van de wind draait het daglicht
binnenstebuiten, overspoelt het veld en
voor even is er zicht tot voorbij de eeuwigheid.
De wind fluistert me in
‘had ik maar dit helende licht, je zou zien
dat niemand ooit het bijltje erbij neer zou gooien.'
Jij, rare zoete beminde wind.
Jij bedrieglijk grenzeloze borstkas!

COMMENTS OF THE POEM
READ THIS POEM IN OTHER LANGUAGES
Close
Error Success