WIJ ZIJN EVENWIJDIG Poem by Maud Vanhauwaert

WIJ ZIJN EVENWIJDIG

Er komt een vrouw naar mij toe. Ze zegt
‘wij zijn evenwijdig, raken elkaar in het
oneindige, laten we rennen'_

Zullen we wachten? Zullen we wachten
tot de kinderen groot zijn en de aardbeien
rood, ze zijn te bleek nog, te klein, te hard.
Zullen we wachten tot de avond valt
en de nacht waarover wij nog een keer
willen slapen _

Ze haakt haar arm in de mijne tot een lemniscaat _

Zullen we wachten op een eerste stap
zo reusachtig dat je makkelijk een tent
tussen onze benen spant
waarin nieuwe kinderen kamperen,
aardbeien rijpen en niemand nog buiten
de zomer kan _

En we rennen. Met onze armen
zwaaien wij een maat die bij ons past _

COMMENTS OF THE POEM
READ THIS POEM IN OTHER LANGUAGES
Close
Error Success