Zodra ik begin te gaan Poem by Hans Faverey

Zodra ik begin te gaan

Zodra ik begin te gaan,
reis ik ergens heen
en kom tot waar het daar is.

Daar is het dan: dit is het.
Een veelkoppig monster leunt
tegen een heuvel en neemt
een afwachtende houding aan.

Uit geen der koppen komt vuur.
Ongemerkt ga ik op in wat

plaats vindt. Voorovergebogen
over een bron schijnt het alsof ik
ga drinken. Eenmaal thuisgekomen
begroet ik mijn huis en lijk
zo verkwikt geraakt.

COMMENTS OF THE POEM
READ THIS POEM IN OTHER LANGUAGES
Close
Error Success