Charlotte Van den Broeck

Charlotte Van den Broeck Poems

Some places are so small
they'd fit on the tip of a finger.
I try to point at where everything was
but I can barely remember.

Among the rubble of forgetting stands
my grandfather's bookcase and that Sunday afternoon
when we read the atlas together, his finger
resting on the capital of Romania.

‘A smashing bunch of slags' they had, he said
and I thought a slag was some sort of Eiffel Tower
and resented him for never
bringing me back a miniature version.

Later I learned that borders and grandfathers are relative.
Only that afternoon is marked in the atlas
by raised alphabet letters, as the afternoon
when I still saw in him the most perfect guide.
...

Bij het meer staan een naakte grootvader en een kind.
We besluiten dat dat natuurlijk is
kijken beleefd naar onze tenen bij het uitkleden.

We dringen onze wangen op tot een glimlach
met één blik verdwijnt de onschuld van mijn badpak.
Zo glijden we het water in, schalks.

We zwemmen naar de overkant, schoolslag
voelt vreemd zonder de contouren van een zwembad.
Ik vertel over de borsten van mijn moeder, drijvend
op het badwater en hoe dat in strijd lijkt met de zwaartekracht.

Op je slaapzak roken we sigaretjes, ik voor het eerst.
Mijn tandvlees voelt als een gedroogde abrikozenpit,
maar ik zeg dat ik het lekker vind.

's Ochtends brandt de zon ons naar buiten,
vinden we naast de tent het dode kuiken.
Wat het ook was, het was weerloos.
...

A grandfather and child stand naked at the edge of the lake.
We decide that this is natural,
stare politely at our toes whilst stepping out of our clothes.

We force our cheeks into a smile.
One glance wipes away the innocence of my bathing suit.
This is how we glide into the water, impish.

We swim across the lake, breaststroke
feels strange without the contours of a swimming pool.
I talk about my mother's breasts floating on the water in the bath.
How they seemingly contradicted gravity.

We smoke ciggies on top of your sleeping bag, for me a first.
My gums feel like a dried apricot stone,
but I tell him it tastes all right.

In the morning the sun burns us out of our tent,
where we find the dead chick.
Whatever it was, it was defenceless.
...

Er heerst hier een lichtheid die tegenwringt.
We lijken uitgespeelde kinderen in de hoek
van de speelkamer, die met hun vuisten op de mat
schreeuwen dat hun lichaam niet langer in hun omtrek past.

In het middaguur staren we met dikke kameleonogen in de zon.
De wereld veegt in grove wascolijnen.
Er is geen merkbaar verschil tussen de hand en de tafel
enkel de overgang van materie.

In de uitvergrote korrels van dansende pixelbeelden
zwiert het meisjeshaar in lange staarten, meisjeshaar
dat nog geen troef is, maar een last bij het spelen
bij het lopen zijn het net zwepen.

De loomheid drukt alles naar beneden:
meer massa op evenveel oppervlakte
waardoor er ergens aan de zijkanten van de wereld
dingen over de randen vallen.

Er heerst hier een lichtheid die tegenwringt.
Alsof het allemaal maar een knikkerbaan is
een weg van boven naar beneden
tot iemand ons weer optilt.
...

There's a lightness in the air that wrings.
We look like kids washed up in the corner
of the playroom, fists bawling on the mat,
screaming that their bodies are bursting at the seams.

At noon we stare into the sun with bulging chameleon eyes,
the world smudged in coarse grease pencil lines.
There's no noticeable difference between the hand and the table
just the transition of matter.

In the wavering image of magnified pixels
a girl's hair sways in long ponytails, hair
that isn't yet a trump card but a burden when she plays.
When she walks the tails swish like whips.

A lethargy weighs everything down:
more mass on top of the same surface area
causing things to tumble off somewhere
along the margins of the world.

There's a lightness here that wrings.
As if it's all just a marble alley
a way from up to down
until someone lifts us up again.
...

Vingertoppen, zuignappen, vooral niet slapen nu
als je niet gaat slapen nu, dan zullen we praten nu
dan kunnen we praten, hier, boven deze lakens
over de bleke heuvels aan de andere kant van het water
de zoden van het gras waarin we zaten
waarin we nog niet samen zaten, zomers
die we afzonderlijk meemaakten, het lichter van onze haren
en het langer van de dagen, hier, boven deze lakens

vooral niet breken nu, de schorpioenen in mijn boekenkast
zijn op reis vannacht, het is veilig nu, de warmte
op de ramen, de damp op je verhalen, het is bijna
ochtend boven deze lakens nog een laatste uur, hier
in mijn lome lendenen, blijf, nog even praten nu
in de lome lendenen van mijn lijf

over: buikholtes, komkommertijd, het verre land in mijn oren
de takken van robuuste bomen langs de klanken van de woorden
hier, koortsdromen, hier, boven deze lakens knoesten van handen
en kommen van dorst, witte lelies voor de woonkamer, de wanden
vergeten blauwdrukken, de onschuld van regenwormen
in een kindermond, we kunnen praten hier, boven deze lakens.
...

Fingertips, suction pads, don't fall asleep now
if you don't fall asleep now we will talk now
we can talk, here, on top of these sheets
talk about the pale hills across the water,
the sods of grass where we sat
where we hadn't sat together yet, summers
we experienced separately, the lighter of our hair
and the longer of the days, here, on top of these sheets

make sure you don't break now, the scorpions in my bookcase
are travelling tonight, it's safe now, the heat
on the windows, the steam from your stories, it's almost
morning on top of these sheets, a final hour, here
in my languid loins, stay, talk a little now
in the languidness of my loins

about: bellybuttons, the silly season, talk a distant land in my ears
the branches on sturdy trees lining the sound of the words
here, fevered dreams, here, on top of these sheets knurs for hands
and bowls of thirst, white lilies in the living room, the walls
long-forgotten blueprints, the innocence of rain worms
in a child's mouth, we can talk here, on top of these sheets.
...

Sinds ik geboren ben, woedt er in de onderbuik van mijn moeder
een enorme stierenkop. Hij raast door haar verlaten lijf

en maakt littekens in de braakliggende moeder, soms
weet ze niet zo goed wie ik ben, dat is verontrustend

want ooit paste ik helemaal in haar, gelukkig
ben ik volgens de astronomische constellatie van de Kreeft

genotzuchtig, betrouwbaar en creatief. Hierin vindt ze houvast,
een godsbewijs tussen vruchtwater en heelal.

Als we witlof met hesp in de oven aten, kreeg ik het kaaskorstje.
Helemaal. Omdat ik het wilde.

Liefde is iets wat ik ken uit een kookpot,
altijd twee extra scheppen op een vol bord

een tweede koekje in de gele pudding verstopt.
Dat is een veelvoorkomende vorm van moederlijk gedrag:

‘De opvulling van het jong'.
Door de holte die ik in haar naliet, wilde ze mij vol en rond.

Op een ochtend kondigde ik haar dan de komst van de kleine borsten aan.
Ze was daar dagenlang kapot van.

Uiteindelijk kreeg ik een bh,
één met Hello Kitty erop.

Vanuit haar buik bonkte de briesende stierenkop.
Een holte is pas een leegte als er niets meer in past.

Langzaam fossiliseerden we in twee aparte wezens.
Het is niet zeker

wie van ons het insect en wie
de barnsteen werd.
...

Ever since I was born an enormous bulls head rages
in my mother's belly. It's on a rampage in her empty womb

creating scars in the fallow mother. Sometimes
she doesn't quite recognise me, which is troubling

because at one time I fitted inside her perfectly. Luckily,
according to the astronomical constellation of Cancer

I'm pleasure seeking, reliable and creative. She finds this consoling,
an article of faith connecting amniotic fluid to the universe.

Whenever we had chicory baked with gammon, I'd get the crust of cheese.
All of it. Because I'd asked for it.

The love I know is dished up from a casserole,
the two extra helpings on a full plate

that second biscuit hidden in the yellow pud.
This is a typical feature of motherly conduct:

‘Stuffing ones young'.
In exchange for the void I left in her, she wanted me full and round.

Then came the morning I announced the arrival of two small breasts.
The news broke her spirit for days.

Eventually she handed me a bra,
emblazoned with Hello Kitty.

Deep inside her belly raged the snorting bulls head.
A void is emptiness only when nothing else will fit.

Gradually we fossilised into two separate creatures.
We can no longer tell

who became the insect and who
turned into amber.
...

Een stap naar links
en je valt buiten de bladspiegel, lig daar
buiten ogen om, buiten schreeuw en leugen om

lig daar tussen al wat bleek en slapend is en niet
geschreven wordt en blijf

liggen, stil en alsof
en slijtvast op de naad
die loopt tussen slagader en verhaal

je moet nog zoveel mensen voor me zijn
je moet nog
...

One step to the left
and you fall off the page, lie there
out of sight, out of shot of screams and deceit

lie there among all that's pale and asleep and not
to be written and stay

there, quiet and pretending
and reinforced along the seam
that runs between story and aorta

you still have to be so many people for me
you still have to
...

een goochelaar zaagt me in twee stukken en klapt me open
naar het publiek, mijn lege romp onthuld na de nacht, na de slag
waarin ik generaal en sterveling werd, grond en organen verloor
jou vergat door de trompetten van de optocht in mij
bij het achteromkijken al zag ik hoe je je jas van de kapstok zou nemen
een klein finaal gebaar, de teleurgang tussen schouderbladen
en toch gemarcheerd, verder het diepe in, verder dan de blinde klip
daar in inkeer uiteengevallen - natuurlijk, in wat anders
dan in een kermend geluid? het verraadt me op het podium
iedereen kijkt, ik zeg nog ‘liefste' en ‘weigering'
en ‘vergeef me', maar het applaus is eindeloos
na afloop word ik niet gehecht
...

a magician saws me in two and opens me up
to the audience, my empty trunk revealed after the night, after the battle
in which I became a general and a mortal, lost ground and organs
forgot you because of the trumpets from the parade inside of me
looking back I could already see how you'd take your coat off the rack
a small final gesture, disappointment between your shoulder blades
and still I marched further into the depths, past the submerged rock
where I dissolved in repentance - of course, what else would I dissolve into
if not a groaning sound? it betrays me on stage
everyone looks, I blurt out ‘darling' and ‘wrong' and
‘forgive me', but the applause goes on forever
afterwards no one sews me up
...

niet overhellen, nu de avond het licht en ons de adem afknelt
stootblauw het vel, aangeslagen oorlogstrommel van wat faalt in ons
het huis laat zich verdelen in bananendozen en bezittelijke voornaamwoorden
de boekenkast in links en rechts
van jou de landkaarten, de Russen en het oeuvre van Márquez
ik krijg woordenboeken in alle talen, de biografieën van dictators
en ja, de poëzie, die juist nu hardnekkig staat te zwijgen, je vraagt nog:
welke vogel stak ook weer de snavel in zijn eigen borst?
ik kan niet op de pelikaan komen
weet nu dat rouw begint bij het stoten van de elleboog
en doortrekt tot in de vingertoppen
om nieuwe aanrakingen vooraf al te verdoven
...

don't lean too far now the evening is squeezing out the light and our breath
bump-blue the skin, pounded war drum of the failing inside us
the house submits to being divided into banana boxes and possessive pronouns
the bookcase into left and right
yours the maps, the Russians and the complete Márquez
I get dictionaries in all languages, the biographies of dictators
and yes, the poetry, now of all times refusing to speak, you ask:
which bird was it that tears its own breast with its beak?
the pelican gets no further than the tip of my tongue
now I know that mourning starts by bumping your elbow
and radiates into your fingertips
pre-emptive anaesthesia for the sense of touch
...

Voor Remco Campert



Avond
en het breeklicht in je ogen en je kijkt
het breekt oranje op in je ogen het vloeiende licht
waarin ik wist wat ik later nooit zou weten
hoe een woord zomaar

een ander woord kan gaan betekenen
en dat dat alles

buiten hangt de avond steriel en laat al, de lome rook
besluiteloos tussen ons in en je kijkt
en wat dat oproert in een avond, in mij, rode glanzende mieren
honderden, even nog, voor het licht krimpt, de jeuk
de laaiende jeuk van je ogen het laat niet af

ook niet nu het licht al

want op het hellingsvlak tussen nu en straks
wacht ons een kamer zonder muggen of aarzeling
het kan niet anders want boven mij hangt je hand

die me niet aanraakt maar me de mogelijkheid geeft
om mezelf ertegen op te drukken de tomeloze mogelijkheid
om mezelf op te drukken tegen een hand die me niet
aanraakt, maar me de mogelijkheid geeft om

wachten en zwellen
zijn bijna hetzelfde, bij de kniklijn
loopt het in elkaar over wat ik wil
en wat ik weet in het neonlicht

het kleurenspectrum in een regenplas even
is het waar geweest en feloranje
het kan niet anders soms

denk ik nog bij de hand een avond
een mond een schouder een geslacht
en dat het alles

en dat jij de mieren niet en de zwellende kleuren niet
dat kleur maar stof en licht dat nauwelijks nog het licht
de avond feloranje even nog

laat het nog even

tot het licht niet langer tot ook het kijken
niets meer dan de richting van je ogen wordt
...

For Remco Campert
Evening
and the glow stick's in your eyes and you are looking
its orange snapped into your eyes the liquid light
in which I knew what I would never know again
the way a word

can come to mean another word
just like that and how it all

outside the evening's heavy in the air, stale and already late
the sluggish smoke irresolute between you and me, and you
looking and what that stirs in an evening, in me, bright red ants
hundreds for a second before the light shrinks, the itch
the raging itch of your eyes that won't get less

not even now the light

because on the slipway between now and later
a room awaits with neither doubt nor mosquitoes
how else could it be with your hand dangling over me

not touching but giving me the possibility
of pushing up against it the boundless possibility
of pushing up against a hand that is not touching
me, but giving me the possibility to

waiting and swelling
are almost the same, bleeding into each other
at the tipping point of what I want
what I know in the fluorescent light

the spectrum in a puddle for a moment
it was true and bright orange
sometimes it can't be any other way

in my mind I expand the hand with an evening
a mouth a shoulder a crotch
and that it all

and you don't let the ants and the swelling colours
that colour is only dust and light that the light can hardly
the evening still bright orange

leave it a while

until the light no longer until the looking too
is only the direction of your eyes
...

En nog een uur en nog en nog
geen ochtend

tegen het raam een of andere zachte regen
daarachter het eerste verkeer, het ruisen rond me zwelt
op tot een nieuwe ruimte, kant-en-klare oceaan
zoals ze klinkt op relaxatie-cd's: het omgeeft je
volledig
dan maakt het licht de kamer leeg

en het heeft veel weg van overleven:
alles een tijdstip en een grondgebied willen geven
mensen een bevattelijke fysica

een schuifspanning bijvoorbeeld
zoals wind bij het schuren over een wateroppervlak
deeltjes verplaatst en dat het achteraf niet eens uitmaakt
het volume hetzelfde gebleven, het blauw zonder schakering

doet het ertoe
wie wat van wie heeft meegegraaid
of wie er als laatste recht bleef staan?

feiten worden altijd door structuren ingehaald, 's ochtends
de tanden tot grind gebeten, de mond leeg van verweer

en ik heb het geprobeerd vannacht
de vissen op de kust weer in het water geprobeerd
de vissen terug en in leven te gooien en weer de vissen
weer in leven in het water te gooien dat heb ik geprobeerd
...

One more hour and one more and one more
no morning

some kind of gentle rain on the window
beyond it the first traffic, the rustling around me swelling
into a new space, an instant ocean
sounding like the sea on relaxation CDs: surrounding you
completely
until light empties the room

and it almost seems like survival:
wanting to give everything a territory and a time
people, intelligible physics

shear for instance
the way wind scouring the surface of the water
moves particles and later it doesn't even matter
the volume unchanged, not patterning the blue

does it matter
who grabbed what where
or who was the last left standing?

facts are always overtaken by structures, the teeth
ground to grit of a morning, the mouth emptied of pleas

and last night I did try
I tried to throw the fish on the beach back
to throw the fish on the beach back into the water and life
and again the fish back into life in the water I tried

[...]
...

The Best Poem Of Charlotte Van den Broeck

BUCHAREST

Some places are so small
they'd fit on the tip of a finger.
I try to point at where everything was
but I can barely remember.

Among the rubble of forgetting stands
my grandfather's bookcase and that Sunday afternoon
when we read the atlas together, his finger
resting on the capital of Romania.

‘A smashing bunch of slags' they had, he said
and I thought a slag was some sort of Eiffel Tower
and resented him for never
bringing me back a miniature version.

Later I learned that borders and grandfathers are relative.
Only that afternoon is marked in the atlas
by raised alphabet letters, as the afternoon
when I still saw in him the most perfect guide.

Charlotte Van den Broeck Comments

Fabrizio Frosini 19 March 2019

Charlotte Van den Broeck (born 1991, in Turnhout, in the Flemish province of Antwerp, Belgium) is a Flemish poet. After graduating in linguistics and literature at the University of Gent, she went to study art at the Antwerp Conservatory.

7 0 Reply
Close
Error Success