DE NIEUWE 2E LEEGHWATERSTRAAT Poem by Elma van Haren

DE NIEUWE 2E LEEGHWATERSTRAAT

Omdat je ergens beginnen moet het uitgangspunt te vinden
is iedere invalshoek mogelijk.
Lastiger is het je los te maken
van het woord ‘willekeurig'.
Je hecht nog aan versplintering.
Zo winden honderden straten zich rond je wijzende vinger.
Zoek de as van de stad is het hart van de stad, vesting
rond de bloeiende binnenkoer met de beerput;
is het brein van de stad; kronkelig
samenkleven van energiespeldenprikpunten,
die aan alle kanten de kop opsteken en
een uitweg zoeken als
oprit naar hun veilige haven.
Alsof je een binnenschipper bent
zwalk je op je benen over straat.
Maar je bent van de straten af.
Nu heb je een adres.

Links rechts inslaan kriskras hoek om stoep op en af
achteloos ingehaakte omgeklapte enkel in de tramrail.
Je vist je voet eruit. Dwaaltocht door niemands land.
Bent niemands kind meer,
niemands kraai.
Geen vogel in de hand, geen hond in de lucht,
geen paard op de rug, geen kip op de stok van je slaap.
Hier was ooit een blok. Nu staat er een straat.
En daar, waar nooit gewoond werd, is je toegewezen adres.
De kroon op je registratie en
de bevestiging van je naam als alibi
voor het plegen van al die verworven jaren.

Daar ligt in transparante lagen vijf hoog op elkaar.
Elke huisraad voorstelbaar; inhoud ijskast geur van beddengoed,
geronk van de was speelhoek televisie plafondspots kamerplant.
En jouw lichaam daar ijl tegenover,
nog op de drempel, traag in beweging.
Het zoeken moet met je mee, daar waar
de ruiten zijn gevallen in de mistige muur en glinsteren.
Het gebit van de gevel.
Het buiten weerspiegelen om het spiegelbeeld
te doen schrikken van zichzelf en van binnenuit
het struikelen te zien van je verglazing.
Het rinkelen!

COMMENTS OF THE POEM
READ THIS POEM IN OTHER LANGUAGES
Close
Error Success