Mijn menselijke natuur maakt zich ongestraft
meester van het onmenselijke.
Ik luister: een kloppend hart
is zo gewoon tegenwoordig. Wie er niet over beschikt
stoort het patroon met de precisie van de wanhoop.
De geschiedenis van oud zeer achtervolgt me
als de twee sterren, ha die tweelingbroers!
Bij Pollux, wie maakt me wat?
Ik voel mij niet langer bekeken als een vis in het water;
hier heeft niemand tijd voor vrede.
Mammie, om mij heen schieten ze kogels door hun hoofd.
Zelfmoord is de graadmeter van levenskwaliteit.
Wie wil wie kan wie durft!
De pijn begint in de neuswortel. Bespaar me de details.
Ik ben het kind van een ziek lichaam.
Ook zonder jou zal elke ster rood uiteen-
spatten. Mammie, ze beschieten mij in mij.
De ongesteldheid is pas het begin.
This poem has not been translated into any other language yet.
I would like to translate this poem