Monday, April 8, 2019

I.M. ADRIAAN MORRIËN Comments

Rating: 0.0

Ik moest en zou wat zeggen. In dichtvorm dan.
Jij, in je witte pak, een slanke wolk op aarde,
je schenkt het woord ‘thee' uit een koffiekan;
mama op je schoot. Jij was het die je moeder baarde.

Godslasterlijke tovenaar, vuilspuger van schoonheid,
in miniaturen maakte je een hondendans met schapen,
niet alleen je pen, maar ook je scherp gesneden fallus was het wapen
waarmee je wal- en kokosnoten kraakte. In alle gekheid

was je ‘doodnormaal'.

Zit je in de hel op de derde rang,
dan ben je op je plaats, naast Macbeth.
Nee, híj zit meer vooraan. Lang voortgaan
door de tijd zonder verraad was nooit

deel van je fijngevoeligheid. Wat zou jij
in een eenduidige, blauwe hemel moeten?
Men speelt daar harp op blote voeten,
en streelt er zijn Schone Dochter niet.

Waardig en onderschat dichter. Je ontbreekt me,
als een keuken in een huis zonder keuken.

Ik bezocht je op een avond. Jij vergaf me, ik vergaf je.
Je was al bijna dood, maar deed het op een drafje.
...
Read full text

Rogi Wieg
COMMENTS
Close
Error Success