Ik spreek met dokters die de loterij gewonnen hebben, meteen nadat zij het gehoord hebben en daarna om de twee, drie jaar.
De eerste keer vraag ik wat zij met het geld van plan zijn, de volgende keren vraag ik wat zij ermee gedaan hebben.
Het gebeurt bijna nooit dat zij niet willen antwoorden, ook als ze alles weer kwijtgeraakt zijn, en de eerste keer spreek ik hen niet tegen als zij denken dat ik voor de loterij werk.
Het zijn er maar weinig die alles kwijtgeraakt zijn, de meesten hebben een nieuw huis gekocht en iets anders wat ze altijd hadden willen hebben, en de rest op een bankrekening gezet.
Van alle dokters die ik spreek is er maar één bij wie zijn vrouw weggegaan is nadat hij gewonnen had.
Hij was er een paar dagen ziek over, maar hij had ook wel eens een week verlangd naar een vrouw die dood was.
Aan het einde van die week werd het verlangen minder, maar toen dacht hij dat hij haar nu echt verloren had.
Het meest tevreden zijn zij die ook elk jaar iets weggeven, bijvoorbeeld aan een ziekenhuis in de buurt, om een nieuw bed te kopen.
Als ik nog een keer iets zou kunnen worden zou ik willen leren voor dokter, omdat dokters meer hun best doen voor hun collega's.
De zieke dokters die ik spreek zeggen dat het echt zo is, en dat het jammer is dat ik op geen enkele manier een collega ben.
Ook niet als ik alles geleerd zou hebben wat zij geleerd hebben, want als ik eerder al iets anders geleerd heb kan ik dokter zijn én er nog iets bij doen, of dan weet ik het toch anders dan zij, omdat ik het pas zo laat geleerd heb.
This poem has not been translated into any other language yet.
I would like to translate this poem