Lloyd Haft

Lloyd Haft Poems

Ziende, wat ik heb -
neem dat aan.
Neem van mij aan dat ik u nodig heb.
Ik heb geen wierook,
sta niet met reukwerk voor u.
Wat er van mij brandt
is een hart in uw aangezicht.
Sta ik met lege handen -
leegte geef ik u.
Hoor in de klank van mijn lippen
een zoeken,
een zinnen op uw naam.
Klaar, voor de groeve gereed
zijn mijn beenderen al.
Zie hoe mijn ogen blijven:
open, altijd op u.
...

What I have -
accept it.
Accept it when I say I need.
I have no incense,
no fragrant offerings.
What burns of me is a heart
close to your face.
And if my hands are empty,
I offer emptiness.
Hear in the sound of my lips
a searching,
a rehearsing of your name.
Ready for the grave that they were made for
my bones already are.
See how my eyes remain:
open, always on you.
...

Waar de stroom hinder
ontmoet - daar wordt de glimmende vis
gekeerd, gegeven,
gedreven naar mijn haak of hand.

Waar de steen halverwege de stroom
opstaat en zijn wit laat zien -
onderbuik, warm van de bedding,
die het moederwater keert, spat,

bovenlegt in breking
boven water uit -
krom, druppend: vissenrug,
regenboog verwant.

Daar is de stroom die zingt,
boven blijft stromen,
nevelachtig helder, van
ziens orde al.

Daar staan mijn ogen
in mist, tegen kou gekant,
mijn arm die daar de flits,
de vis verwacht.
...

Where the flow is hindered,
there the gleaming fish
is seen, given,
driven to the thread I hold -

where the stone in mid-stream
rises, spatting the river's underbelly
over into other,
into the rising over

that we only see in broken,
in bended fadings
shading into rain.
There is a flow

that rises from the river but is other,
a singing, a second line of sight.
There it is my gleaming face
is seen against the cold,

set against the hinder. Shading into mist
my break or bending thread or arm
is seen a moment,
given to behold.
...

Als ik u prijs
is mijn hart heel,
ook waar duizend beelden
mij blijven aanstaren.
Ik groet in de richting
van uw verborgenheid,
zeg dat uw naam
licht is en waarheid:
boven alle dingen uit
blijft uw naam.
Op de dag dat ik schreide
hoorde ik in de sterkte van mijn schreeuw
uw antwoord.
Wisten zij wat ik zoek
ook koningen zouden u prijzen
en zingen van uw wegen
dat deze gloed groot is
want u laat mij levend
door benauwdheden lopen.
Ik kom op de ziende uit,
in ziens blijvende band.
Het gluren van de hekelaar
raakt mij niet,
wat mij raakt
noem ik uw hand.
...

When I praise you
my heart is whole,
even where the thousand images
keep staring.
I greet in the direction
of your hiddenness,
say your name is light and truth.
Above all things, beyond
remains your name.
The day I cried for you, I knew
my voice was strong;
there I had your answer.
If they knew what I seek
even kings would praise you,
sing your ways,
say this way is a way of light,
of clearing:
you see me warm and living
through the narrow places:
see me into spaces
of the one Who sees.
The leer of the heckler
can't touch me;
what touches me
I call your hand.
...

The Best Poem Of Lloyd Haft

NAAR PSALM 141

Ziende, wat ik heb -
neem dat aan.
Neem van mij aan dat ik u nodig heb.
Ik heb geen wierook,
sta niet met reukwerk voor u.
Wat er van mij brandt
is een hart in uw aangezicht.
Sta ik met lege handen -
leegte geef ik u.
Hoor in de klank van mijn lippen
een zoeken,
een zinnen op uw naam.
Klaar, voor de groeve gereed
zijn mijn beenderen al.
Zie hoe mijn ogen blijven:
open, altijd op u.

Lloyd Haft Comments

Close
Error Success