Zij is op reis maar uit de eerste morgen
van ons levenslange leven in één leven
daar kwam uit mijn doezel opgeweld haar arm,
vederduiflichtdalende gevleid op mij.
Ik sliep beslist en iets sprak door mij heen
en zei: je leven is van mij. Maar nu was zij
niet eens in bed, toch sprak het met een stem:
je leven is van mij. Geen juk zo licht
als van degeen die, met haar arm op mij, dit zei.
This poem has not been translated into any other language yet.
I would like to translate this poem