1
*
Er is altijd een eerste
hoofd dat je tekent
met twee
ogen geen
mond nog wel
armen en benen geen
handen en voeten. Er is
altijd een eerste
mond die verschijnt
in het slordige
hoofd nog zonder
te spreken
maar je leert al
snel dat je
zo
lachen tekent
hoe treurig moet.
**
Ook als het nest
een ratjetoe is
van toevallige
vondsten
legt zich het ei
en breekt
ten slotte.
Wat je zoekt is
niet de schaal
die je hoedt
maar het frêle
kaduuk: die beweging
durven
nog zonder weet van
herhaling verveling
profielschets
facebook
2
*
Er is altijd een eerste
twijfel waartoe. Klopte aan bij de goden maar
die gaven niet thuis, hadden met andere sores te stellen: gras
dat gemodificeerd plots afgaf op, niets meer wilde weten van
zijn wortels, lucht was het genoeg. Ik groef en groef in de aarde
vond voortdurend onder en onder maar opgegraven werd het
een berg waarin ieder antwoord elke verbazing zichzelf
maar moest zien te vinden tussen de andere.
Toen ben ik gaan wandelen in wind en een licht in
dat maar niet ophield zolang ik liep in dat licht
zolang het scheerde over mijn aarde. Het had
geen onder en boven, geen links en rechts, nergens
een midden, ik kon er mijn hand niet op leggen, het legde
zich op mijn hand en mijn hoofd en floepte stralend
onder mijn voeten vandaan als ik er overheen wilde lopen.
**
Wij waren de zon op het middaguur
zaten in Utopia's schaduw, vertelden elkaar
verhalen over hoe het was en toch is met een toekomst
zo pal voor je voeten dat je erover struikelen kunt.
We wezen elkaar op een vlinder die nectar bij plastic
probeerde te vinden, groteske fabeldieren en
hielden de kinderen buiten de perken. Eén zei:
we gaan al zo lang mee dat we toch wel zullen
weten wat goed, een ander sprak dat prompt tegen.
We aten lichtzinnig met onze vingers omdat we vonden
dat messen en vorken in die luchtige entourage
misstonden. Zo werd het later, kwamen we in steeds meer
schaduw, moesten toch al een eindje om weer aan warmte
te raken en licht dat nog lange nee nog lange niet.
***
Op een dag lag er zoveel boom in het water
dat het de bodem raakte, vissen zich klem
zwommen in het gebladerte. Besloot
de takken opzij te buigen, tussen het lover door
over te lopen. Zon schurkte al aan tegen nazomer terwijl
het begon te waaien. Hield me vast, aarzeling wilde me
omblazen en ik vroeg mij af hoe aan de overzijde
vergeten eruitziet: x tot de macht ik zou het
niet weten? Kinderszenen, en om mij heen
ontstond langzaam een schemer die vogels zwart
probeerde te maken: voorbijschietende
silhouetten op zoek naar een slaapplek.
En de stemmen die over het water scheerden klonken
al vager, zangeriger ook al bijna een dag bedaagder.
This poem has not been translated into any other language yet.
I would like to translate this poem