Ik ben bang, zei je, het was niet nodig
dat je uitlegde waarvoor.
Toen moet ik hebben gepraat over de dood
want ik herinner me citaten, een paar
schrijvers in de Duitse taal,
een Italiaans gezegde, op rijm,
Horatius, Catullus en wie weet
wat meer. In mijn herinnering praat ik
zonder te aarzelen, alsof ik hardop lees,
of alsof iemand via mij spreekt
terwijl ik me onttrek aan jouw aandacht
om aan iets anders te denken.
Onze op de grond gesmeten kleren
zijn een verzameling excentrieke kadavers,
rose, groene en grijze, daar
waar een moordenaar ze heeft gelaten; en je hoort
beneden, buiten, de auto's
schaatsen op de natte straat.
...
Read full text