Ik had een baai alleen, de lage rotsen
brokkelden verder in de oceaan.
Het werd witheet. Er kwamen kudden
bruine koeien tot hun buiken
in het spiegelende water staan.
Het gaat me niet om de idylle
maar oud en kuiser was de aarde.
Dit zou ik nooit meer zien, alleen
wie was het die dit zag. Hoe wil het
uit zijn pen: maandag, dinsdag
zijn niet dodelijk, het heimwee naar
het diep verrukte ik is overkomelijk.
Of ik om te kalmeren ben.
This poem has not been translated into any other language yet.
I would like to translate this poem