Monday, March 25, 2019

LAMENTO 3. Comments

Rating: 0.0

3.
Man op een berg, zijn ogen dicht, lachend zit de man
op de rand van de berg naar het landschap te wijzen, zonder ons
over zijn schouder aan te kijken wijst hij over de rand,
spreekt hij zonder zijn lippen te bewegen, zijn haren wit,
zijn voorhoofd wit, zegt hij: ‘Zie je het meer?'

Hoe is het mogelijk dat we het niet tussen wortelharen en grassen
hebben zien opwellen, hoe de kleine dieren de berg al op vluchtten,
hoe de eerste boomkruinen als glazen in het vloeibare glas
van de avondlucht smolten, hoe vogels eerst een wolk vormden
boven de blauwe schaduwen van de bomen en dan een voor een
in het water vielen - alsof het meer daarvoor was gemaakt.

We zitten op de rand van de berg, met de ogen dicht
zitten we met opgerolde broekspijpen, maar zonder de man
zien we, de voeten optrekkend uit het water, regendruppels
uit het water omhoogvallen, alsof al die vogels klapwiekend
tegen de onderkant van het water pikken, zien we, al hebben we
ogen te kort, zien we tientallen, honderden vingertoppen van de man
iets op de vliesdunne, zilveren onderkant van het water schrijven,
iets wat we al een leven lang niet meer wisten.
...
Read full text

Peter Verhelst
COMMENTS
Close
Error Success