*
Terwijl blad over het pad stuift, het lijf zich
al indekt tegen het sneeuwen, in het hoofd nog
restanten van zomer: we zaten die avond
buiten aan tafel te praten en spraken
de vleespotten aan, de uilen
maakten de nacht tot spektakel.
We zagen ze niet maar hoorden ze
dwars door het donker roepen naar
niemand in het bijzonder. IJl respons
kwam van ver en schijnbaar van hoger.
Wij deden ze na, hadden het liefst ook
voor even onzichtbaar verheven gewacht op
een antwoord dat zeker zou komen. Maar wij
zaten veel lager, lachten en dronken bijna luchthartig
ons scherven- en flessengeluk bij elkaar.
This poem has not been translated into any other language yet.
I would like to translate this poem