Voortdurend verkeer ik verstild in mijn nood
en mijmer ik, tracht ik, verteer ik mijn dagelijks brood.
Indachtig, dacht ik steeds aan haar antwoordpoorten te staan
voordat Petrus met zijn sleutel me zag gaan
en me begroette met een fijnzinnige lach;
"ach mag, ach mag ik nu dan eindelijk eventjes leven". M
This poem has not been translated into any other language yet.
I would like to translate this poem