Het goud straalt op het dak
het zijn de darmen, ingewanden
en hun ogen zie je branden
van de lust want door het beest
wordt er vannacht weer eens gefeest
kan men de schaars geklede vriend Honger
ondertussen weer heerlijk eventjes Judaskussen
zo rijgen zich seizoenen, de lust en onlust
en de rust op de onrust weer aaneen
als waren ze toch nooit echt los te zien
op zichzelf aangewezen, noch geheel alleen
de muziek klinkt goed en men
gaat zeer laat gestrekt nog ter been
want op een been staat er toch zeker geen
tenzij het een Maasai met speer of reiger heer. M
This poem has not been translated into any other language yet.
I would like to translate this poem