Haai aan de baai van Goud
cocon van Oosters beton
taalogen zonder taaleigen
de ellende van het leven
in een doekje met
een glimlach
verweven
de vetpot verbinden
en het alsnog
alleen verslinden toch
vindersloon voor vlinders
voor kinders met
zware hoofden
welke ooit geloofden
nu slaan de kasseien
kinderkopjes rijen
aan elkaar
en is er staar
naar eenheidsworst
en grote dorst
waar is er
een warme borst
voor mij
waar is de horizon
voorbij
regenbogen zijn gelogen
de schatkist aan het einder
is toch wat verfijnder
geopend vindt men
heerlijkheid
en onze Pandora
in al haar eerlijkheid. M
This poem has not been translated into any other language yet.
I would like to translate this poem