De bomen fluisteren verhalen,
wortels diep in vergeten tijden.
Hun takken wiegen in de wind,
een lied zonder einde, zonder begin.
Bladeren ritselen als zachte stemmen,
verstrooide geheimen in de lucht.
Schaduwen dansen over mosgroene paden,
waar voetstappen oplossen in stilte.
Mist zweeft tussen stammen,
een ademhaling van de aarde.
De zon breekt door, valt in strepen,
licht en schaduw, spel wonder winnaar.
Hier zingt het bos, altijd,
zonder woorden, zonder rijm,
en toch een lied
dat blijft.
This poem has not been translated into any other language yet.
I would like to translate this poem