De amateur antropoloog bewoog zich
langs de ranke paden van zijn su casa
kleine wereld paradijs
van jonge vent tot eeuwige student
op zoek steeds naar het schone
een menig vreemd aan boek
en vluchtelingbezoek
van pensionaat tot wonderkamer
en curiosa kabinet zeer nauwgezet
was hij dan een gevaar
voorwaar voor samenleving
had hij een virus uitgerold
naar zijn eigen omgeving
zo groot ook zijn begrip
begrepen werd hij niet
men liet hem ook geen rust
voordat die brand geblust
waar rook werd gecreëerd
moet veiligheid geëerd
hij raakte wat verstard
men noemde hem "verward"
men had een broertje dood
aan zijn ontvangen nood
zich verder te ontplooien
hij kon niet eens ontdooien
na die terreur van farce majeur
zijn huisje dat moest leeg
zijn wereld op zijn kop
zo staat het in notendop
ook op Mijn lijf geschreven
ik werd zo stijf verdreven
van eigen (h) aard en Paradijs
gewoon omdat ik Anders
blijkbaar wat eigenwijs
al ben je grijs, dat mag niet meer
al ben je jong van geest, een heer
men wil je kamers luchten
men wil je kunst verbranden
men wil je museumpje verpanden
en als een vreemdeling
van al dit te doen vluchten
zo gaat het soms
met te hete.......
geruchten. M
This poem has not been translated into any other language yet.
I would like to translate this poem