Men maalt en zeurt en geeft een beurt
en spreekt over beschaving
men klaagt en zaagt
men onverdraagt
en noemt zichzelf ontwikkeld
men blaft, miaauwt
gooit steentjes, grauwt
en duwt al dat wat anders is
in de verdukking
in de Zie je wel MIslukking
in de hoek als zonderling
maakt van de mens humaan
in zonderling bestaan
die eerst zo open nog
en steeds zo positief
een moordkuil dief
een activisten kat
gedreven in het nauw
nu ligt die kat daar dood
geworpen in een sloot
geheel en al bont en blauw
het is een waar verhaal
dat is nu de moraal
we kommeren niet meer
om anders hartenzeer
we hebben het allemaal
toch hemeltjelief al zo zwaar
de ambulance staat klaar
dat busje dat is blauw
er stapt een mooie ziel
ze noemen hem een gek
een paradijsvogel uit
en zo slurft de domheid
van de teloor moraal
een eind aan zijn verhaal. M
This poem has not been translated into any other language yet.
I would like to translate this poem