De bouvier zat met toegespitste oren
in de fauteuil van heer des huizes
gespitst driehoekig gekant
al naar zijn anti-chamber
zijn tong kwam lepelpaars
en nat naar buiten kruipen
hangend als een
grote flap, hongerig gezwel
kommer en kwel gingen zich te buiten
hij rook de zweetlucht en de fruiten
hij vernam de natte kussen
en het zacht stiekem gekreun
het viel plots uit de stoel
en strompelde verstrooid
en desolaat naar het droge gazon
begon daar met omlaaggericht
gespuis, zijn jeuk wat te verzachten. M
This poem has not been translated into any other language yet.
I would like to translate this poem