Ik hoef niet meer zozeer
prachtig in het jacket
gestoken en de
haartjes geloken
met stralend wit gebit
van ‘hupsakee' die zit;
het rijpen met de jaren
de zachte pasteltinten
het stof aan de plinten
het donzig grijs
het jeugdig eigenwijs
ach dat wel misschien
een groot kind bovendien
nee mijn pokdaligheid,
mijn grijs en grauw
en zilv'ren kaligheid
en dof vliezig blauw
al in mijn ogen
ze zeggen sprekend
en zeer opgetogen
dat ook zij die charme
niet ontberen…..
welke jonge
meneren. M
This poem has not been translated into any other language yet.
I would like to translate this poem