HET VOLK VAN DE PIN Poem by Peer Wittenbols

HET VOLK VAN DE PIN

Achter de Zeezuiper
achter de Kruisberg
voorbij de Kop van 't Hooft
woont een volk, zoon
mannen en vrouwen door elkaar.

Vrouwen die korte meters sluipen
van bedstee naar bedstee
ondersteek mee
voor hun verboden vruchten
bij volle maan vrijgemaakt
met paplepel, haaknaald, oliepeilstok.

Je kunt ze bezig zien
ze lokken het fruit uit hun buik
met petroleumlicht, petroleumlucht.

Bosbessensap moet je maar denken.
Bramensap moet je maar denken.


Wat ik zeg: mijn vrouw is ginds de jouwe
de jouwe is ginds van mij
van hem en hem.

Zonder regel, zonder wet
slakken van bed naar bed.


Rekel Kerel Rekel Kerel Rekel Kerel
zo rijgen ze de nachten aan elkaar
hun vel zout want de Schelde
ademt uit in hun kamers.


Ga maar proeven in de Pin, achter de omgevallen bomen
doe het voor mij.

Pak je jonge fiets
fiets tot je niets meer hoort of ziet
weg
van de stad zo hard je kon
weg van de zon.

Pas als je denkt: waar ben ik?
ben je er.

Offer dan je hoed aan de eerste die je begroet of beschiet.
Buig en fluit als een wilde patrijs,
verkoop de knopen van je broek.
Niet vergeten.


Dan mag je naar binnen.

COMMENTS OF THE POEM
READ THIS POEM IN OTHER LANGUAGES
Close
Error Success