Onuitstaanbaar dat ik was,
je hebt daar geen gedacht van.
Later woonden we samen in een huis
waar we kleine kamers deelden.
De jaren hadden hun beloop,
verschoten als de kleren
die hij van zijn hoekige
lichaam liet schuiven.
Eén schouder de hoogte in,
nog zie ik hem daar staan.
Weidegod. Boodschapper.
Patroonheilige van reizigers.
Wij woonden aan de rafelige
rand van Borgerhout.
This poem has not been translated into any other language yet.
I would like to translate this poem