De tanden die slijten, zich verbeten verbijten, vol verwijten, op de steen, hebben deze zelf tot edele diamant gepolijst. Een diamant die de erosie van de illusie weerstaat wordt zelfs
zwanger van kleurenpracht en het zacht achter het
machtig gefacetteerde volleerde rijk, waar vele deurtjes
kunnen openslaan, maar ze zal de waan nooit meer
naar binnen laten gaan en haar afslaan,
pure natuur en vuur en liefdesgloed
zullen haar bezoekers worden
en warm onthaal steeds
bij haar gaan vinden
maar aan 'blinden'
schenkt ze niets
anders om zich mee
te verbinden
dan pracht en praal
en staal en als reflex
wat luxaflex. M
This poem has not been translated into any other language yet.
I would like to translate this poem