‘Ja ik wil', zei mijn moeder ooit
vader zei Ja maar dacht ‘ik Nooit'
een condoompje tussen wulps groen
ze zouden het zo weer over doen
een vlinder in hun buik misschien
toen dachten ze alleen nog tien
nu ben ik een lot van een loot
met hiernaast de zinkende boot
verwaarloosd ligt daar, Ja ik wil
nog niet nagekomen roest het stil
laat een vlinder in de herfst vloog
in het klokken huis, bedroog,
het mijn oog, wilde het luiden
dit is toch meer iets voor het Zuiden
maar Vught is dat Zuid Nederland
het zal wel niet, niets aan de hand;
‘Ja ik wil', zei mijn moeder ooit
vader zei Ja maar dacht ‘ik Nooit'
een condoompje tussen wulps groen
ze zouden het zo weer over doen
een vlinder in hun buik misschien
toen dachten ze alleen nog tien
nu ben ik een lot van die loot
met hiernaast haar zinkende boot
verwaarloosd ligt daar Ja ik wil
nog niet nagekomen roest het stil! M
This poem has not been translated into any other language yet.
I would like to translate this poem