LACHKOOR Poem by Peter Verhelst

LACHKOOR

We bouwen een afgrond

met afgewend gezicht, eerst stilletjes,
dan ritmisch als handgeklap, uiteindelijk met open mond - we houden
onze buik vast en vouwen ons dubbel, één rolt al
van het podium af, terwijl de zaal het ritme blijft aangeven,
armen in de lucht, een zee van vlammetjes - lang geleden

dat we ons zo konden laten gaan dat we alles om ons heen
konden vergeten, zo goed dat wij dat samen doen - het lachen gaat over
in gehuil dat nooit meer zal ophouden

en net op dat moment houden we op.

Maar wat zuigt zich in die stilte
uit ogen en uit vloer, plafond en wanden,

warm, kleverig, gulpend, niet te stelpen,

oeroud, kolkend, diep oranjerood,

uit oksels, poriën, ooghoeken, neus, geslacht,

ruisend, lispelend, fezelend,

wat van ons
druipt van ons af

in de vlezige, natte, hete, gladde trechter van de afgrond?

COMMENTS OF THE POEM
READ THIS POEM IN OTHER LANGUAGES
Close
Error Success