Le Temps est perdue mais les Temps c'est moi! Als alles kort en snel en bondig moet, dan gaat alles ook snel en kort en bondig voorbij!
Ik heb de lengte bof, men vindt me na al mijn scherpe kantjes en rafels er vanaf te hebben gescheerd, nog steeds te lang van stof, geluksvogel dat ik ben. Als men me kort wil houden word ik het tegendeel van dat tegen de aard in gestreel. Dan deel ik graag het langste deel, heb niet het laatste woord maar onderbreek dan dat wat werkelijk verstoot vanaf ‘t geboort. Speeddate, elevator pitch (a nasty bitch) , en win in het gezweem een natte zeem, zout en ammoniak gevuld. Oh bitter zoete onschuld, ach stout en fout ongeduld! Je CV belandt naar een second of twee in de plee, doorsnee dat is de juiste maat, voor het confetti-bed; modus vivendi vluggertjes-pret. Men denkt zichzelf enorm wijs, twee woorden, een blik maar zijn reeds voldoende, Goden zijn we geworden zonder hoede. De voorhoede vormend van de maatschappij, de kogels vliegen toch fluks telkens weer langszij of hooguit in een reeds gekwetste dij. De zwijgende blik, de Abbaya Mudra ze worden niet gezien of raken verweest in de wachtrij geparkeerd, onteerd en ondergewaardeerd. De ongelovige Goden zijn de dienstbode voor het korte genot, voor hen bestaat er nooit een andere God, het Gouden Kalf vereren zij, zo werden ze blind voor het eigen innerlijke kind. Ze poetsen nijver onverstoord voort aan de algehele illusie. M
This poem has not been translated into any other language yet.
I would like to translate this poem