Ik ken een geluksmakelaar
een Goedmens verwens ik
ik ben volgens eigen zeggen zeer normaal
al ben ik hier en daar al reeds een beetje kaal
dat is nog iets anders dan een beetje raar
de een die noemt me oom, de ander Piet
ik weet het nog niet zo, misschien ben ik ze beiden niet
ik kwam een Goeroe tegen, met heel veel gedoe
ik hielp hem, ook al dacht ik ‘hij heeft zelf geen idee
hoe'
en soms dan kom ik even aan mezelf toe
en kijk ik rustig in de spiegel of wiegelen
de staartjes van de eeuwige trouw, ‘kom nou'
je had nog zo beloofd ons uit te laten
en de kat die zegt 'Miauw', geef me nu gauw
eens een hapje zus en en een heerlijk slokje zo
en nog voor dat je het had kunnen weten
ben je jezelf alweer een keer vergeten
je gaat een ijsje halen als beloning
maar dan bemerk je, heb je net een dubbeltje tekort
ook dat avontuurtje dan maar opgeschort
en dan plots komt er wat slagroom extra met wat honing
want gelukkig zijn er mensen, waardig het gedrag van koning
niet dat ze jou dan ook als een hunner beschouwen
maar voor dat duppie minder verlies je echt niet hun vertrouwen
zo zat mijn hoofd plots vol met vrouw en kind en honden en een kat
dan denk je heus niet meer erg snel ‘zo' nou heb ik dat alweer gehad
er wordt heel veel geschonken maar voorwaar
je krijgt heus niets, maar dan ook niets zomaar cadeau! M
This poem has not been translated into any other language yet.
I would like to translate this poem