In een wereld vol schoonheid en ellende
is er het onnoembare onbekende
we bijten het van ons af uit vrees
verboden vrucht, bedorven vlees
en luisteren veel te veel in Ikkes
het is alsof de open mens
aan de grens van zijn vermogen
tegen beter weten in blijft pogen
na schreeuwend in de woestijn
weer veilig bij zichzelf terug
hernieuwd wat menselijk te zijn
maar al te vaak en te vergeefs
om zachte echo's bang blijft smachten
dat zijn de splijtingskrachten
en onder de zon op mijn balkon
bevrijdt het schuim al aan mijn randje
subliemer dan de werk'lijkheid
daar blust een brandje en dampt verkoeling! M
This poem has not been translated into any other language yet.
I would like to translate this poem