De kleine Tibetaanse schat
ze had een zwart met witte kat
zat op een ochtend in de zon te treuren
de wind, de kat, de zon, nee niets van dat
niets scheen haar op te beuren
ze had ‘de kleine prins' gelezen
en was in wezen zelf een wezen
en van haar amandelogen
togen zilte tranenbogen
die kleine Tibetaanse schat
ze had een zwart met witte kat
zat op een ochtend in de zon te treuren
de wind, de kat, de zon, nee niets van dat
niets scheen haar op te beuren
totdat er op het puntje van haar neus
een echte vlinder zat, een ware reus
en haar ogen loensten wat
ach die lieve kleine schat
en haar wangen speelden mee
en haar lippen zeiden plots geen Nee
die kleine Tibetaanse schat
ze had een zwart met witte kat
zat op een ochtend in de zon te stralen
de wind, de kat, de vlinder was zo prachtig,
zo machtig en zo vol van kleuren,
tja zo komen er opeens van die verhalen! M
This poem has not been translated into any other language yet.
I would like to translate this poem