TROJAANSE VROUWEN (EURIPIDES) Poem by Peter Verhelst

TROJAANSE VROUWEN (EURIPIDES)

Waar komen de gezangen vandaan? Lood vloeit
de schouwburg binnen, vormt draaikolkjes rond tafelpoten. Er zijn
marmeren zuilen waar hittesluiers tegenop hijgen.

Waar komen die vrouwen vandaan? Ze houden hun jurk
tot boven hun knieën, alsof ze een zee in lopen.

Holtes onder het podium vervormen hun stemmen.
Vlak voor ze zinken halen ze hun tong uit de mond
en gooien die over hun schouder. Stilte.

In de stoelen zitten wij, mannelijke en vrouwelijke poppen, met gezichten
die nauwelijks nog informatie bevatten over afkomst of leeftijd.
Op het podium is er niets waar iets zou moeten zijn
en iets waar niets zou moeten zijn. Loodplaten schuiven

over elkaar, klaaglijk zingend. Wij kruipen almaar hoger
over schouders, buiken, een gezicht. Het plafond
zweet roodbehaarde dieren uit.

COMMENTS OF THE POEM
READ THIS POEM IN OTHER LANGUAGES
Close
Error Success