Ruisende dreven, slingerende wegen
het kabbelen aan de oever
van het pad langs de rivier
overal waar het land niet bedolven is
onder stad wandel ik mijn dagen
in de geur van rotting
Paddenstoelen, spinnenwebben
vogels in het kreupelhout
en het liefst zijn mij de wilde
bloemen, distels, klaprozen
roze anemonen en cichorei
Ik bewonder het schrale, het vale
de schoonheid onder
de schoonheid van
de littekens, het leven
dat zij doorgeven
This poem has not been translated into any other language yet.
I would like to translate this poem