Wanneer de storm gaat liggen,
en de lucht weer helder is,
zie ik de contouren van wat verloren leek.
De scherven, verspreid over tijd en ruimte,
liggen stil,
wachten op mijn handen.
Niet alles past meer zoals vroeger,
sommige randen blijven scherp,
andere verdwijnen in een nieuw vorm.
Maar er is een rust in het bouwen,
in het opnieuw leren
hoe te leven met wat bleef.
Een vogel zingt in de verte,
een melodie die ik me bijna herinner.
Misschien was het altijd zo,
misschien was ik gewoon te luid
om het te horen.
Nu, met de wereld in zachtheid hersteld,
adem ik.
De tijd beweegt traag,
maar niet tegen mij.
Het licht valt op de plek
waar de pijn ooit huisde,
en daar groeit iets groens, iets levends.
Als alles in het leven weer op zijn plaats valt,
is het niet zoals ik me had voorgesteld-
maar het is goed.
This poem has not been translated into any other language yet.
I would like to translate this poem